image

In het boek De gelukkige eilanden maakt Paul Theroux een reis door Oceanië. Zijn huwelijk is gestrand. Hij is heel verdrietig en voelt zich eenzaam. Thuis zijn is geen optie voor hem. Daarom grijpt hij de uitnodiging van zijn uitgever aan voor een promotietour door Nieuw-Zeeland en Australië.

Opvouwbare kajak

In zijn bagage heeft hij naast een tent en een slaapzak, een opvouwbare canvas kajak, want hij wil graag peddelen van eiland naar eiland. Hij wil de Pacific overwinnen. ‘Deze oceaan bevat de helft van al het open water ter wereld, beslaat een derde van het oppervlak van de aarde.’ (12) En de Grote Oceaan is meer dan een oceaan. Het is een universum.

Promotiereis

Maar eerst moet hij op promotiereis. Het doorkruist zijn wens. Hij wil de

‘uitzonderlijk groene eilanden van Oceanië zien, onmodern, zonnig en traag, met bomen om onder te zitten en blauwgroene lagunes om in te peddelen. Mijn ziel deed pijn, mijn hart was beschadigd, ik was eenzaam.’ (14)

Hij begint in Nieuw-Zeeland, krijgt drie uur na aankomst al de vraag van een journalist wat hij van Na Zillun vindt. Het ergert hem. Hij droomt van peddelen in de kajak en wil hier zo snel mogelijk vandaan. Nieuw-Zeeland deprimeerd hem. Hij mist zijn vrouw. ‘Ik moet hier weg’, denkt hij. Hij zoekt de wildernis op.

Hij wandelt in Nieuw-Zeeland, maar het bevalt hem maar matig. Net als Australië, waar hij zich voornamelijk ergert aan de Australiërs. De journalisten stellen domme vragen en hij sluit zich op in zijn hotel. Als de piloten staken, moet hij met de trein van Perth naar Melbourne. Iets dat de doorgewinterde treinreiziger helemaal niet wil, maar uiteindelijk toch doet.

Walkabout

Uiteindelijk weet hij uit al het promotiegebeuren te ontsnappen. Het is een heuse walkabout, zoals Aboriginals doen. Paul Theroux vlucht uit de westerse wereld en zoekt juist die plekken van de Aboriginals op. De Walkabout als mystieke ervaring. Daar in Australië kan hij eindelijk de kajak in elkaar zetten en langs de kust of over rivieren peddelen. Alle waarschuwingen van Australiërs – het is daar gevaarlijk, daar zitten krokodillen – slaat hij in de wind. Sterker nog dergelijke waarschuwingen dagen hem juist uit het ruime sop te kiezen.

Van Australië maakt hij de overstap naar Nieuw-Guinea. Hier gaat hij helemaal los en peddelt over zee van eiland naar eiland. Zo zet hij aan voet bij de Trobiand-eilanden, Solomon-eilanden, Fidji-eilanden en Vanuatu. Hij maakt kennis met kannibalen en zendelingen. Ze passen volmaakt bij elkaar, vindt Paul Theroux. Maar de Jon Frum-beweging wekt de echte interesse bij de reisboekenschrijver.

Jon Frum

Jon Frum, ‘een onduidelijke, en misschien wel verzonnen Amerikaan […] die in de jaren dertig naar Tanna zou zijn gekomen.’ (233) Als hij er maar niet over schrijft, dan mag hij het weten. Want op schrijven rust een vloek. Als je schrijft, steel je de toverkracht van het opperhoofd.

Paul Theroux peddelt verder, in zijn oren draait de muzike uit zijn walkman. Een cassettebandje met opera-aria’s.

Voor de honderdste keer peddelde ik langzaam tussen de fraaie eilanden en luisterde naar een aria van Puccini over hoop, over een wit schip dat op een goeie dag op zee zou verschijnen en regelrecht de haven in, en dan zou alles goed zijn… (269)

Paaseiland

In het derde deel van het boek, doet hij Polynesië aan. Hij bezoekt de koning van Tongatapu en spreekt met hem over de golfoorlog. Verderop komt hij in de Amerikaanse eilandengroep Samoa, peddelt langs de kusten van Tahiti, de Cook-eilanden en komt hij in Paaseiland. Paaseiland is

het vreemdste eiland dat ik in heel Oceanië heb gezien, een eiland, doortrokken van somberheid en anarchie. Spookachtig is het er. (552)

Misschien zegt Paul Theroux hetzelfde over dit eiland als Boudewijn büch. Alleen ontdoet hij het van de depressieve lading die de Nederlandse eilandliefhebber eraan geeft. Als Paul Theroux Iman tegenkomt, hoort hij van de eilandbewoner dat er helemaal niks gebeurt op Paaseiland. Ze lopen langs het karkas van een paard.

‘Moet je kijken,’ zei ik.
‘Dat is een dood paard,’ zei Iman. ‘ Vanochtend omgevallen. Het is het paard van Domingo. Ik heb het zien gebeuren.’
‘En dan beweer jij dat hier niets gebeurt.’ (564/565)

In het vierde deel van De gelukkige eilanden belandt Paul Theroux in het paradijs. Hij geeft dit laatste deel in elk geval deze naam mee. Hij komt aan op Hawaii. Deze vijftigste staat van de Verenigde Staten van Amerika ademt de sfeer van het paradijs. Ondanks alle vervuiling, het massatoerisme en het ongedierte. De ratten en kakkerlakken tieren welig. Ook hier vindt hij de rust in het peddelen in zijn kajak.

Mystiek element

Het peddelen van een kajak heeft een mystiek element dat men kan beschrijven als de trance die ontstaat door het ritme van het peddelen, het aanhoudende op- en neergaan van de peddel, het zachte voortglijden. De peddelaar concentreert zich en wordt zwijgzaam, en zonder veel ophef, maar onophoudelijk en gestaag komt hij vooruit, terwijl hij met de golven meegaat. Het is natuurlijk inspannend, maar door die trance merk je haast niets van je inspanningen. (634)

Het peddelen helpt hem uiteindelijk om zichzelf te vinden. Het peddelen neemt de plaats in van het schrijven. Paul Theroux voelt geen aandrang om naar huist te gaan en maakt zo de eclips mee boven het Grote Eiland van Hawaii. En daar vindt hij het antwoord als hij de vrouw die naast hem staat kust: ‘Gelukkig zijn was net zoiets als thuis zijn.’ De schrijver is thuis, al is hij nog zover van huis.