image

Ik was vandaag voor een afspraak in Hoofddorp. Ik was er eens eerder, maar dan aan de andere kant van het spoor. Daar zag ik goed de vliegtuigen opstijgen en landen. Vandaag vlogen de grote Boeings door mijn wolkenhemel en bulderden het zonlicht tegemoet alsof ze regen wilden hebben.

Omdat ik wat eerder was, liep ik gelijk even een rondje door het centrum. Vooral het cultuurgebouw vond ik erg mooi. De glazenwand weerspiegelt het Raadhuisplein mooi. De zon schoot zo haar licht tussen de gebouwen in een oneindige stroom.

De spiegeling van glazen wanden vind ik altijd heel mooi. Ik krijg er geen genoeg van. In het gebouw heb ik even de bibliotheek bezocht en genoot ik van de mooie galerij tussen alle culturele gebouwen.

Gek op kringloopwinkels liep ik een wandeling door Hoofddorp naar de Meerwinkel. Een mooie verwijzing naar de naam van de gemeente, Haarlemmermeer. Er stond een enorme rij voor de deur. Alsof het gratis was. Ik vroeg een rijgenoot of er een opruiming of zo was. ‘Nee, hij is weer open na het weekend.’ ‘Maar hij is maar één dag dicht geweest,’ antwoordde ik. Hij vond dat nog een extra reden voor de lange rij.

De deur opende. We stormden naar binnen. Ik vond een paar leuke boeken en zelfs een stapeltje oude tijdschriften over treinen.

Op de terugweg kwam ik totaal onverwachts bij het oude treinstation Hoofddorp. Het behoorde aan de Haarlemmermeerlijnen, waarvan ik vooral de oude lijn ken naar Amstelveen. Het station ademt dezelfde sfeer uit, maar ligt beduidend hoger dan de weg, bijna op een dijk lijkt het te liggen. Wat verderop liep ik over de oude spoorbrug. De Haarlemmermeerpolder ademt genoeg verleden om bepaalde dingen niet meer te hebben.

Ik kan van die dingen echt genieten. Net als het Petit Restaurant Tien dat midden op het industrieterrein staat. Een mengeling van weemoed en genoegen. Ik weet zeker als Martin Bril hier langsgereden zou zijn, hij zeker iets gegeten had en erover geschreven zou hebben.