image

Paul Theroux zit in een Australisch hotel en is helemaal moedeloos. Moe van de interviews van journalisten over zijn boeken. Steeds dezelfde vragen en bijbehorende lege antwoorden. Met al die verzoeken van lezers om langs te komen bij een familiefeestje of een rondje paardrijden op de manage. Hij verschanst zich in zijn hotelkamer waar hij alleen uitkomt om een interview af te geven.

Hij verlangt naar het einde van zijn tour door Nieuw-Zeeland en Australië. Hij wil dolgraag verlost worden van het gewauwel en aan zijn ‘Walkabout’ beginnen. Wat volgt is misschien wel het meest aangrijpende hoofdstuk uit het reisboek De gelukkige eilanden.

De term refereert naar een term die wordt gebruikt als Aboriginals in Australië plotseling – uit het niets – verdwijnen in het niets. Sommige mensen zitten op hun werk en lopen weg om daarna nooit of maanden later terug te komen. Australiërs zien ‘walkabout’ vooral als ‘een plotseling vertrek, een aanval van waanzin haast – om daarna zijn eigen staart achterna te zitten.’ (57)

Als Paul Theroux eindelijk aan het gewauwel ontsnapt, gaat hij op zoek naar de Aboriginals, de oorspronkelijke bewoners van Australië. De term kreeg internationale bekendheid met de klassieke film van Nicholas Roeg. Paul Theroux loopt ook de wijk Redfern in Sydney, op zoek naar Aboriginals en locaties uit de film. De film wordt voor hem de gids in de stad.

Ik had de indruk dat de film het wezen van Australië bevatte, zelfs de bizarre en grove humor – het meest opvallend in de scène in een verlaten mijnstadje, kilometers van de bewoonde wereld, waar een getikte man, die daar is blijven wonen, in een kapot staat met een schort voor, terwijl hij met een strijkbout een broek perst. (62)

Hij wil verder gaan dan de verlaten mijnstadjes. Hij wil het Australië van de Aboriginals zien:

Het spoor van de film Walkabout volgen in Woop Woop – de verre outback betekende walkabout gaan in de betekenis die de Aboriginals aan dat woord geven – op zoek gaan naar oude visioenen en heilige plaatsen. (62)

Het idee van ineens weggaan en onvindbaar zijn, spreekt mij wel aan. Elk mens heeft die neiging weleens. De gedachte ‘ik ben er niet’. De vlucht uit het dagelijks leven, op zoek naar bezinning en oriëntatie. Wie ben ik, waar sta ik eigenlijk en waar ga ik naartoe?

Walkabout is de man die ineens zijn kantoor verlaat, zelfs zijn tas en lunchtrommeltje laat staan en spoorloos verdwijnt. Of de westerse variant van het verhaal de vader die het huis verliet om een pakje sigaretten te halen en nooit meer terugkomt.

De zoektocht van Paul Theroux naar Aboriginals via de ‘walkabout’ is vergelijkbaar. Sterker nog het hele boek De gelukkige eilanden is een ‘walkabout’. Of zoals hij helemaal aan het einde van zijn reisboek zelf opmerkt:

Ik was almaar op reis gebleven, net als de man die even uitgaat om een krant te kopen en nooit meer terugkomt. Die man was ik. Ik was verdwenen. Er was nu geen reden meer om terug te gaan. Niemand miste me. De helft van mijn leven was geëclipseerd. (670)

De eclips voor de zon brengt hem uiteindelijk weer thuis, terug van zijn mystieke en bijna religieuze ervaring van het reizen.