image

Ik zet Billy in elkaar voor haar kamer. Het duurt niet zo lang voor we gaan eten, maar ik wil graag de eerste boekenkast in elkaar zetten. De kamer net opgeruimd. Het boekenkastje van oma krijgt een ander plekje in huis. Het oude bureautje gaat naar de weggeefgroep.

Ik ben druk bezig. Ik weet dat je goed de gebruiksaanwijzing moet volgen. Zorgvuldig zoek ik de juiste delen op en leg ze op de juiste manier in de vorm. Dan gaat het hard. De delen passen mooi in elkaar. De schroefjes schroeven aangenaam in het hout.

Het geraamte staat, even omdraaien voor de achterkant. Het gaat wat anders dan normaal. De plaat moet tussen een smalle richel worden geschoven. Ik heb te weinig ruimte. Het lukt door hem dubbel te klappen en voorzichtig erin te laten vallen. Dan hamer ik de spijkertjes in het dunne hardboard.

Ik mag de kast oprichten. Als hij staat zoek ik de plankjes en hang ze in de kast. Een plank zit er niet goed in, zie ik. Het spaanplaat is open en bloot zichtbaar. Dan ontdek ik dat het de dragende plank uit het midden is. Ik heb me vergist. Nu priemen de spijkers in de gladde, witte voorkant.

Niet goed opgelet. Ik moet de boel weer uit elkaar halen en als het dan eindelijk staat wijzen zes gaten eigenwijs in mijn richting. Niet goed opgelet, druiloor zeggen ze. Ik scheld, maar het helpt niet. De gaten blijven zitten.

Aan tafel biecht ik de gatenkaas op en vertel dat ik het verschrikkelijk vind. De nieuwe eigenaresse van de Billy-kast met gaten in een plank, kijkt mij indringend aan: ‘Papa, misschien vind jij het erg, maar ik vind het niet erg hoor.’ Een glimlach trekt over haar gezicht. ‘Eigenlijk is het best grappig. Niemand heeft dat.’