image

Ik rij de auto even door naar de parkeerplaats. Zij stapt al uit. Als ik aankom, zit ze op het bankje bij het raam. We lopen samen naar de balie. Ik laat mijn pasje zien. Zij ook. ‘Samen afrekenen?’ vraagt de juffrouw. Ja, samen afrekenen.

Het ene pasje gaat langs de scanner en krijgt een goedkeurend bliepje. Het andere pasje verzet zich. Ze laat het eindeloos langs haar scanner gaan. ‘Hij heeft er niet zo’n zin in’, grap ik nog. Ze kijkt aandachtig naar het scherm en dan naar het pasje. ‘Nee, ik snap het niet.’ Ze durft het niet te zeggen. ‘Het lijkt of deze pas niet geldig is.’

Ik kijk verbaasd. Ik krijg het goedgekeurde pasje terug. Dat is van mij. Maar het andere pasje is van haar. Ze heeft het nieuwe pasje niet in haar portemonnnee gedaan. Het oude is verlopen. ‘Nou, dan houdt het op’, zeg ik.

Ik verontschuldig mij. ‘Nou, ik vind het vooral vervelend voor u’, zegt de kassajuffrouw. Ik baal en als we buitenlopen laat ik het haar merken. Zoals ik me had verheugd op de schilderijen. Nu staan we met lege blikken buiten. Voor de kaart ophalen is het te ver.

Een paar straten verder. Het lukt mij niet verder te rijden. Ze neemt het over. We bezoeken een heel mooie kringloop wat verderop, maar het blijft een beetje leeg. Zeker ook als het pontje in de polder nog niet vaart. De wolken kunnen niet genoeg troosten.