image

Ik loop over de Almeerse markt, haal wat fruit en loop door voor een stukje kipfilet. Als kers op de taart – maar vooral door het gewicht – bezoek ik de aardappelboer. Het zijn twee broers en de aardappels zijn heerlijk.

Ik koop patataardappelen (Grote muizen), Eigenheimers en besluit met een kilo uien. Ik betaal en pak de zakken op. ‘Een mooie dag nog’, zegt de verkoper. ‘Ja’, zeg ik. ‘Het is erg mooi weer.’ ‘Al is de wind gedraaid, het is prachtig’, bevestigt hij.

Als ik later over de dijk fiets weet ik wat hij bedoelt. Een straffe wind drukt tegen mij. Maar het weerhoudt mij niet door te rijden. Heerlijk. Even alles eruit. Gelukkig draait de wind niet nog een keer. Zodat ik terug de wind in de rug heb.