image

Ze heeft nog een dagje vrij en loopt gezellig met mij en de teckels in het park. We komen bij de boom waarin ze aan een tak hing. Ik maak een foto van de bloesem en denk hoe het gebeurde. Jaren geleden. Ik liep over het pad erachter. Zij wilde lekker in de boom klimmen.

Opeens hoorde ik gillen en rende naar de plek des onheils. Daar bengelde ze met haar zomerjas aan een uitstekende tak. De benen trapten woest om zich heen, maar de jas was sterk genoeg om haar te houden. Ik tilde haar eruit en zette het geschrokken kind op de grond.

‘Weet je nog dat je in die boom hing?’ vraag ik haar. Ze kijkt me aan. ‘Ja en jij hebt me er toen uitgehaald.’ Daarna vertelt ze dat we samen met mama in het park waren. ‘Nee, dat is niet waar’, zeg ik. ‘Je was met mij alleen in het park en ik liep daar.’ Ik wijs naar de bosjes achter ons. ‘Nee. Mama was er wel bij’, beweert ze stellig.

We waren alleen. Ik weet het zeker. Ik leg het nog een keertje uit. Op rustige toon. ‘Mama was er wel bij’, zegt ze weer. We hakkentakken over en weer. ‘Ik liep daar met Teun en Saar toen jij begon te gillen. Mama was er niet bij’, zeg ik nog een keer.

‘Oké, je hebt gelijk. Maar het was niet met Teun en Saar. Het was met Sientje’, reageert ze. Ik denk: is het alweer zo lang geleden? Ik geef haar weer gelijk over de honden. Zo leggen we het bij door elkaar gelijk te geven.

Maar als ik het verhaal opschrijf, speur ik naar de gebeurtenis op mijn blog. Dan zie ik dat het twee jaar geleden gebeurde. Met Teuntje en Saartje en zonder Inge. Zo heb ik zelfs nog meer gelijk. Hoe de herinnering vertekent en bedriegt.