image

Ik vind hondenpoep verschrikkelijke smerig. Zeker als je erin stapt, dat is een afschuwelijke ervaring, elke keer weer. Maar ook als je op een mooie zomerdag loopt langs een plek waar talloze van die opgewarmde hondenresten liggen in de warme zon. Het stinkt dan verschrikkelijk. Nog sterker dan het sowieso al doet.

Het is één van de dingen die ik als hondenbezitter doe: ik ruim de poep van mijn viervoeters op. In een zakje verdwijnt het aan het einde van onze ronde in de vuilnisbak. Ik snap dan ook echt niet waarom al die andere eigenaren van honden achteloos de stront van hun hond laten liggen. Of het nu in een grasveld is, aan de kant van de sloot of op het voetpad. Het maakt niet uit. Poep is poep en dat is vies.

Paul Theroux levert voor mij een vermakelijk stukje tekst als hij De zuilen van Hercules in Zuid-Frankrijk is en de hondenstront ziet. Hij ziet het als vorm van verval. In Arles en Nice treft hij twee mindere dingen aan: graffiti en hondenpoep. Dat hij niet gek is op graffiti wist ik al na het lezen van de prachtige reportage ‘Ondergronds’ in de New Yorkse metro.

De hondenpoep is een nieuw aspect die Paul Theroux aanhaalt. Hij ziet het als één van de twee plagen die Franse provinciestadjes ontsieren:

De trottoirs waren zo smerig dat je er haast niet kon lopen van de drollen.

In Nice komt hij nog meer aan zijn trekken. Hij denkt dat de Engelse schilder Francis Bacon wel aan zijn trekken zou zijn gekomen. De schilder zou op zeventienjarige leeftijd bij het zien van een hondendrol verrukt hebben geroepen: ‘Dat is het, zo is het leven.’ Paul Theroux vervolgt:

Wat een verrukking zou hij gevonden hebben in Nice, waar de stoepen zo vol poep liggen dat er een speciale eenmansdrolmobiel rondrijdt, die ze met een lange snuit opzuigt. En zelfs die ononderbroken vlijt maakt nauwelijks verschil. (112)

Er is één ding dat erger is: de oudere, veel te duur geklede Franse vrouw: ‘een weduwe, een gepensioneerde, een welvarende kamerverhuurster.’ Of misschien is er nog één ding verschikkelijker… Precies: deze vrouwen met honden. Er zijn er duizenden van:

Ze jagen aanhoudend hun hondjes over de stoepen en kijken de andere kant op terwijl de beesten blijven zitten om een stijf worstje te deponeren, n et op de plaats waar jij straks je voet zult neerzetten. (113)

Geen wonder dat de Paul Theroux de eerste de beste trein pakt naar het oosten om spaghetti in Italië te eten. En verlost te zijn van de honden, duur geklede Franse vrouwen en hondenpoep.

Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.