image

De trouwe volger van deze blog weet dat ik iets met – of beter: tegen – de zomertijd heb. Het uurtje dat de klok vooruit gezet wordt, stuit jaarlijks op een portie weerstand van mijn lijf. Dat uurtje eerder uit bed haalt mijn ritme door elkaar.

En elk jaar komt dat uurtje eerder weer op me af. Vorig jaar was ik er zo goed op voorbereid dat ik mij een week te vroeg al in de zomertijd waande. Het duurde nog een week voordat het zover was.

Zelfs deze voorbereiding was onvoldoende om niet dezelfde symptomen te hebben van vermoeidheid en verwarring. Ineens moet ik op de klok leven in plaats van luisteren mijn lichaam. Iets waar ik onwennig tegenover ben.

Alle tips ten spijt. Het helpt allemaal bitter weinig. Het lijf laat niet met zich sollen en heeft moeite met het schuiven van de klok.

Het kan bij mij ook te maken hebben met een bijbaantje als nachtportier dat ik in mijn studententijd had. Ik vond het heerlijk om ‘s nachts te werken. Vooral in het begin, ging het als een speer. Maar het werd steeds moeilijker om het lichaam voor de gek te houden. Ik kreeg het niet meer voor elkaar en merkte dat de overgangen van ritme aan het einde en aan het begin van een dienst zwaarder werden.

Daarom stopte ik met het nachtportieren. Tijdens een van mijn laatste diensten leerde ik Inge kennen via internet. Dan begon ik mijn dienst met een mailtje aan haar en eindigde ik eveneens mijn dienst met een mailtje. Dan kon ze bij het wakker worden mijn berichtje lezen, terwijl ik net in bed lag.

Gelukkig lig ik nu ‘s nachts lekker naast haar en mag haar ‘s morgens vertellen waarover ik gedroomd heb. Al is het vannacht een uurtje korter.

Lees de andere blogs over de zomertijd