imageGewoon even een middag op de pedalen. Ik fiets naar de Lepelaarsplassen. Op zoek naar de Lepelaar. Ik ben er vaak langs gehold en zag op het grasland de witte vogels lopen. Of het Lepelaars waren kon ik van zo’n afstand niet zien.

Vanmiddag ben ik gewapend met de verrekijker van mijn opa. Twee wandelaars lopen mij al tegemoet met hun verrekijker. Ze stoppen en kijken door hun kijker in mijn richting. Ik ga zelf eens turen tussen de kijkgaten die langs de route staan opgesteld. Soms verhoogd, andere keren verdiept. De verrekijker moet mij meer laten zien dan ik met het blote oog zie.

imageDe jonge runderen lopen voor mij uit over het fietspad. Als ik ze dicht genoeg nader, wijken ze voor mij uit. Schuchter springen ze in de richting van het struikgewas en loeren tot ik op een veilige afstand ben. Dan lopen ze weer in de richting van het fietspad. Dat loopt een stuk prettiger dan de drassige bodem naast het pad.

Ik kom bij een brede betonnen brug. ‘Lepelaarsbrug’ staat erop. Ik kan mij niet voorstellen waarom de brug zo breed is. De brede brug is er duidelijk voor een ander doel gebouwd dan het smalle schelpenpad waarmee de weg achter de brug vervolgt. Ik rij het pad op.

Bij de waterkant ga ik even zitten om te genieten van het mooie uitzicht over de Noorderplassen. Een bootje tuft voorbij en laat de twee eenden dobberen op de golven die het maakt.

imageIk stap weer op in de richting van de eerste uitkijkpost en tuur door de verrekijker van opa. Wat een uitzicht. Als het beeld scherp is, zie ik veel meer dan ik met het blote oog kan zien. Wat een vogels zeg. Ik zie hoe gansen, futen, eenden en zilverreigers over het grasland lopen, in het water poedelen of een mooie landing in de plas voor de uitkijkpost maken.

De volgende uitkijkpost is een heus huisje met een dak. Ik haal wat spinnenwebben weg die het zicht ontnemen. Op de grote plaat naast het kijkgat staan de vogels die ik zou kunnen zien. De lepelaar heeft veel weg van de witte reiger. De laatste heeft een ranke nek en een lenig voorkomen, de lepelaar is wat forser.

imagePas bij de volgende uitkijkpost, zie ik ze. Twee lepelaars ploegen door het water. Ik zie de kop omhoog komen en duidelijk de lepelvormige snavel. Eentje heeft beet en is flink in de weer met een gevangen visje. Hij schudt wild heen en weer om het diertje tot bedaren te krijgen.

Weer een uitkijkpost verder haal ik ze er onmiddellijk uit: een groepje van vier lepelaars waadt door de sloot. Wat een verschil met de reigers. De verrekijker haalt ze duidelijk naar voren tussen alle gansen, eenden en kieviten. Ik geniet. Het voelt eventjes alsof ik mijn eigen natuurfilm schiet.

imageHelemaal alleen op de fiets geniet ik van het zonnetje. In de berm ligt een eierschil. Helemaal leeggezogen, van boven een flink gat, maar ook aan de zijkant en onderkant gaten van een snavel die het ei heeft uitgezogen. Ik stop het voorzichtig in het zijvak van mijn fietstas en fiets naar huis.

Als ik thuis de poort inrij, hoor ik een zacht kraken. De fietstas schuurt tegen de poort aan en het ei valt helemaal in stukjes. Gelukkig heb ik de foto nog, maar ik kan het ding helaas niet bewaren zoals Redmond O’Hanlon altijd met zijn eiervondsten doet.

image