image

Graf van Jan Amos Comenius in Naarden

Het rad van vrouwe Fortuna is echt op geluk gebaseerd. Comenius ziet op zijn tocht door de wereld dat het rad geen onderscheid maakt tussen goede en kwade mensen. Hij is teleurgesteld en roept het uit:

Wat heb ik hier nu geleerd? Ik heb goed begrepen dat dit alles maar schijn is. Wij grijpen slechts naar schaduwen. Helaas, de waarheid ontglipt ons overal! Niet alleen ik, maar ook al mijn medemensen zijn er zo miserabel aan toe en bovendien zo verblind dat wij onze ellende niet eens overzien. (28, 3-4)

De ontluisterde Comenius gaat met zijn gids Al-weter mee naar koningin Wijsheid om te vragen of er tegen de misstanden kan worden opgetreden. Ze besluit een bevel uit te vaardigen en alle ondeugden vast te stellen. De aanstichters zullen het land voor eeuwig moeten verlaten.

De maatregel heeft weinig zin. Er zijn weliswaar een paar verdachten aangehouden, maar zij zeggen zich niet misdadig te gedragen. Bovendien hebben ze andere namen dan de vastgestelde ondeugden. Hier komt Comenius met een prachtig fragment. Het mooiste fragment uit het boek en nog altijd bijzonder actueel:

De eerste leek veel op Dronkenschap, maar hij noemde zich Vrolijkheid. De tweede leek op Gierigheid, maar hij noemde zich Spaarzaamheid. De derde had veel weg van Woeker, maar noemde zich Rente. De vierde leek op Wellust, maar noemde zich Liefde. De vijfde zag eruit als Hoogmoed, maar noemde zich Waardigheid. De zesde leek op Wreedheid, maar noemde zich Gestrengheid. En de zevende zag eruit als Luiheid, maar noemde zich Goedaardigheid (32,5)

De ontzetting en machteloosheid die het oproept bij Comenius is herkenbaar. De huidige crisis bevat ook veel van dit soort elementen, die schuren over de grens van het betamelijke. Comenius krijst het uit en roept de woorden die Job roept in zijn wanhoop: ‘O, was ik maar nooit geboren’.

De redding ligt voor Comenius bij God. Het is de mooiste passage van het orgelstuk van Petr Eben. De harmonie gevonden.