De vraag voor vandaag gaat over welke boeken absoluut niet aan jou besteed zijn. De aanleiding hiervoor is een boek van Midas Dekkers over poep. Martha schrijft hierover: ‘Ik geloof niet dat dit een boek is dat ik graag zou lezen’. Jammergenoeg blijft de argumentatie wat haar weerhoudt om dit boek te lezen achterwege.

Natuurlijk ik zou het kunnen raden. Poep en pies is vies. Daar praat je niet over en schrijf je helemaal geen column over. Ondanks het wegvallen van de schaamte voor seks is het onderwerp poep en pies nog altijd in de schaamtezone verbannen.

Voor een gedeelte is het terecht. Het is ook echt vies om je met de uitwerpselen van anderen te bemoeien. Aan de andere kant levert het veel inspiratie en plezier op. Poep als metafoor voor alle andere bagger die je ‘uitschijt’. Wat dat betreft zou het best wat meer onder de aandacht mogen komen.

Gerrit Komrij was een verwoed verzamelaar van alles wat met poep en pies te maken had. Inclusief de subgroep van de scheet. Het kon hem een ongehoord plezier geven een boek te lezen waarin alle soorten scheten werden uitgelicht.

Of hij schreef er zelf over. Zoals in zijn eigen gedicht getiteld ‘Komrij’s patentwekker’, de kaars in het achterste die je op tijd zou wekken. Net als ‘Banaal alfabet’ dat zo op de lachspieren werkt dat een onverhoeds scheetje onontkoombaar lijkt.

En waarom niet daarover schrijven of lezen. Zoals Gerrit Komtij dat in zijn bijzondere boek Kakafonie zelf noemt in iets andere bewoordingen dan Midas Dekkers:

Minutieuze aandacht schenken we aan hoe het erin gaat – de structuur, de kook- en baktijd, het kleurenpalet – maar hoe het eruit gaat, daar doen we giechelig over. En het gaat er weer uit, bij iedereen. Het boek dat u nu in handen heeft is een omgekeerd kookboek, onafscheidelijk deel uitmakend van een tweedelig gastronomisch hoofdwerk. Het toont het ware gezicht van de mens. (5)

Ik heb niet zo’n fascinatie voor poep en plas als Gerrit Komrij. Ik kan soms wel meegaan in de metafoor. Tijdens mijn studententijd maakte ik er gretig misbruik van. Zo sterk dat bij mijn docent Oudere taalkunde Cor van Bree, bij een contralezing tegenover mijn lezing over dichten eens verzuchtte:

Freudiaans kan een en ander met de anale fase verband houden. De toiletmetaforiek van Hendrik-Jan zou althans in die richting kunnen wijzen.

Hij refereerde naar een sonnet dat ik in de lezing opvoerde over de gang van een heerlijke maaltijd door het menselijk lichaam. Het gedicht heeft nooit een verzamelbundel gehaald, maar ik beleefde destijds veel genoegen in het schrijven ervan.

De voorliefde voor de scatologie van Gerrit Komrij kwam sterk tot uiting toen in november 2012 het eerste deel van zijn bibliotheek onder de veilinghamer viel. Als merkteken was voor een kakkende heer gekozen. Zelfs op het toilet stond de beeltenis.

Zo vraag ik mij af waarom een geleerde heer niet over poep en plas mag schrijven zonder geleerd te zijn. Op zich trekt het boek van Midas Dekker mij niet, maar ergens ben ik best benieuwd wat hij erover te zeggen heeft. Waarom wel lezen over eten en niet over dat andere aspect van leven: wat er allemaal uit gaat.

 

#50books

Dit is het antwoord op vraag 17 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.