image

Zo op de fiets schoot mij Nescio te binnen als het om het geblaat van schapen ging. Ik had een tijdje geleden het Natuurdagboek gepakt en er heerlijk in gelezen. Nescio loopt en fietst in de omgeving rond Amsterdam door de natuur.

Veelvuldig maakt hij daarin melding van de schapen en lammetjes die hij ziet. Ze grazen op de dijk, vergezellen hem als hij loopt en hij ziet ze vanuit de trein of bus. De schapen staan altijd op het droge. Hen ontbreekt niets en ze grazen geduldig.

Zo fietsend langs die oude Zuiderzeedijk schoot mij hem tebinnen als het om de schapen ging. Ik luisterde naar het lammetje dat naar zijn moeder riep. Ze blaatte terug. Een ander lammetje mekkerde ook, een ander schaap antwoordde. Waar had ik dit toch eerder gelezen? Of had ik het misschien gehoord?

Die maandagavond tikte ik de indrukken van onderweg. Ik dacht aan Nescio’s schapen. Deze gedachte won het van de realiteit. Zeker, ik zocht in het Natuurdagboek naar de passage die ik in mijn hoofd had. De passage bleek onvindbaar, zoals ik het natuurlijk opschreef. Ik maakte van de nood een deugd.

Onderwijl dacht ik na hoe ik aan die wijsheid van de schapen kwam. Was het inderdaad zou oud als Nescio of had ik ergens anders de klok horen luiden. Ik publiceerde de tekst, maar ging kort daarna verder in mijn gedachten. Ik had het helemaal niet gelezen. Ik had het gehoord.

Ik ving het op bij een televisieprogramma dat ik zo half keek en luisterde. Daar spreekt een herder over het geluid dat de lammetjes maken. Ze mekkeren allemaal op een andere manier en de moeder herkent het. Ik hoorde de lammetjes daar op de dijk inderdaad allemaal anders mekkeren. En elke keer antwoordde een ander op het andere gemekker. Maar welk programma het is?

Nescio had het dus niet opgemerkt. Wel ontdekte ik bij het bladeren in zijn boek dat hij heel veel met schapen en lammetjes heeft. Zijn Natuurdagboek staat er boordevol mee. Net als van de indrukwekkende ritten die hij maakt te voet, op de fiets, in de auto, autobus of trein.