doris-bij-stoomlocomotiefEindelijk zette de trein zich weer in beweging. De andere kant op. De kaartcontroleur in een spijkerbroek en donker bloesje kwam langs. De gaten in onze kaartjes waren voldoende bewijs. Dat we eigenlijk op 29 mei 2013 reden, zag niemand. De stempels op de speciale kaarten waren op het verkeerde jaartal afgestempeld.

Op de terugweg waren alle stoomtreinspotters verdwenen. We tuurden over lege weilanden waar soms een auto even stilstond. Een spotter stond op zijn trapje en keek tevreden over de trein die hij zojuist had gefotografeerd. Blijkbaar stonden we er goed op.

stoom-uit-stoomlocomotiefDe kleinkinderen van opa en oma begonnen meer en meer te dralen. ‘Misschien moeten we nog even rondlopen en dan naar huis gaan’, hoorde ik opa zeggen. Oma knikte. ‘Ik denk dat dit wel genoeg is.’

De aankomst in Beekbergen was een heuse bevrijding. Wat was ik opgelaten. Ik mocht deze benauwde trein verlaten. Het voelde alsof ik werd losgelaten in de wijde wereld. Al stond het perron bomvol. Ik liep bijna tegen Leo Blokhuis aan, achter hem aan liep Ricky Koole. Ze riep iets naar hem. Ik herkende de stem van de cd die net een paar dagen in huis lag.

wielen-van-de-stoomtreinAan de andere kant van het spoor stond het kleine stoomlocomotiefje te wachten tot hij aan de trein zou worden gekoppeld. De groep kinderen met de stoomfluitjes drong bij het trapje. Het deurtje ging open en ze mochten even op de stoomlocomotief.

Doris wilde ook graag. Wacht maar even tot je aan de beurt bent. Ze wachtte keurig. Onderwijl drongen een paar andere kinderen de cabine binnen. Toen eindelijk de kinderen eraf gingen, klapte het deurtje dicht op het moment dat Doris omhoog wilde. ‘Nee, we moeten echt vertrekken’, zei de machinist. Blijkbaar kom je er alleen in als je brutaal bent en over een fluitje beschikt.

stoomwolkjeDaarom keken we nog even rond in de loods en naar de enorme hoeveelheid stoomlocomotieven die op het terrein stonden opgesteld. Zo kreeg Doris nog even de kans in een stoomlocomotief te klimmen. Het ging met een grote trap, maar ze draaide trots aan het grote wiel. Ook bekeek ze aandachtig de kolenklep.

Het was een mooie dag, bedachten we terwijl we naar de auto terugliepen. We knabbelden aan een Magnum-ijsje. Een stukje chocolade viel op de weg. Achter mij klonk het gefluit van de stoomlocomotief. De stoomtrein naar Apeldoorn stond klaar voor vertrek. Het klonk door de omgeving, zonder het indringende gefluit van kinderen die op nepfluitjes bliezen.

image

We reden weg. Terwijl we reden stoomde de stoomtrein met ons op. Wat een prachtig gezicht, die enorme stoompluim in dat golvende heuvelland. De trein minderde vaart bij de overweg. Tijd voor een laatste afscheidsgroet. De fluit klonk kort en snel. Een klein pluimpje stoom kwam mee. Daar zette de slang zich weer in beweging. We reden een stukje mee. Tot we bij de snelweg echt moesten afslaan.

image

Dit is het zesde en laatste deel van een serie over de Nationale Stoomtreindag.

Lees deel 1