imageDe vondst van het eerste deel van Van Deyssels Verzamelde opstellen wordt extra beloond met het boek zelf. Wat een geweldig deel is dit. De lezer krijgt een bundel prachtige essay’s te lezen.

Mijn oog valt meteen op de recensie van Van Deyssel over de boeken van Maurits Van de suiker in de tabak en Hoe hij Raad van Indië werd. Maurits is het pseudoniem van P.A. Daum en Lodewijk van Deyssel is laaiend enthousiast over de boeken van deze schrijver. Hij schrijft aanstekelijk over de boeken van deze journalist uit Nederlands-Indië.

De heer Maurits heeft die twee voortreffelijke boeken geschreven, waarvan de titels hier boven staan, en daarmeê heeft-i me een groot plezier gedaan. Dat klinkt misschien verwaand, dat ik zeg, dat-i mij dar meê een groot plezier heeft gedaan. Ik kan ‘t niet helpen, en tóch móet ik ‘t zóo zeggen, want dit is precies wat ik dacht na de lezing dier boeken: jongen, kerel, Maurits, wat doe je me daar erg veel plezier meê. (237/238)

Wat mij vooral treft is de prachtige stijl die Van Deyssel hier hanteert. Geen opsmuk en met heel veel humor. Ik heb erg gelachen bij het lezen van de recensie en vermoedde dat Van Deyssel dit humoristisch bedoelde. Hij schrijft over de levensechte verhalen van Maurits. Van Deyssel leest liever dit soort verhalen doordrenkt van het leven dan de saaie literaire verhandelingen van auteurs als Terburch.

Hij gaat ver in zijn bewondering en daarbij hanteert hij extreme bewoordingen. Bijvoorbeeld wanneer hij schrijft dat hij moest huilen bij het lezen van een passage in Hoe hij Raad van Indië werd.

Er zijn menschen, die gauw huilen, maar ík huil niet gauw en bij een boek nog minder gauw als bijv. in de komedie, maar toen de heer Maurits mij vertelde van Corries dood toen ze ‘n ‘n kind kreeg, in zijn “Raad van Indië”, tóen heb ik eventjes moeten huilen en daar ben ik hem zeer, zeer dankbaar voor.'(239)

Het komt licht overdreven op mij over. Al vermeldt Van Deyssel aan het einde van de bespreking dat Maurits zich kan wedijveren met grote auteurs uit het buitenland, ‘die een uitnemende reaktie zijn tegen de suffigheden van menig duf hollandsch schrijver.’ (240)

Ik sloeg het eerste deel van Harry Pricks biografie over het leven van Lodewijk van Deyssel open. Het boek zat eveneens in het lot. Daar schrijft Harry Prick dat Van Deyssel een zwak had voor de boeken van Maurits. Dan volgt een heel lang citaat uit de boekbespreking uit het eerste deel van de Verzamelde opstellen.

imageGeen woord te bespeuren over de ironische bewoordingen waarin Van Deyssel zich uitdrukt. Maar volle ernst. En helemaal kan ik dat niet geloven. Misschien bewonderde hij Maurits, maar hij doet dit wel met erg veel humor.

En dan weet ik gelijk weer wat ik in de hedendaagse kritiek mis: de humor. Gerrit Komrij deed het soms, maar het kan niet vaak genoeg. Humor helpt zeker om kritiek leuk te maken en haalt de angel van het venijn eruit.