image

De laatste dagen zie ik ze liggen op het pad onder de lindebomen. Ze liggen dood op de grond, op hun zij. De vleugels wijzen treurig schuin naar achteren. Het pad ligt bezaaid met de bijenlijken en de kadavers van dikke hommels.

Ze vallen uit de boom alsof het rijpe kersen zijn en spartelen op de grond. De pootjes krabbelen over de aarde. De lijfjes draaien rondjes, de vleugels fladderen vergeefs. Ze liggen half versuft en lijken de weg compleet kwijt te zijn. Verdoofd en half verlamd.

image

Ik vermoed dat het insectengif is. Ze vallen dizzy en versuft uit de lucht en spartelen hulpeloos over de bodem. Zonder enig effect. Alleen de dood biedt uitkomst.

Ze vliegen de omgekeerde weg als Nijhoff in het Lied der dwaze bijen zingt. Daar vliegen de bijen te vroeg uit,  vol verlangen naar hoger honing. Ze bestijgen de bevroren lucht tegemoet.

image

Nu vallen ze uit de warme hemel naar beneden. En sterven spartelend. Verder weg van hoger honing dan ooit.