20140818_214134Hoe houd ik bij waar ik gebleven ben in een boek: de boekenlegger. Ik begon als kind met het lezen van bibliotheekboeken waarin ik ezelsoren aanbracht. Iets dat mijn moeder mij had geleerd. Later walgde ik van ezelsoren en sindsdien breng ik nooit meer zo’n vervelend vouwtje boven de bladzijde van een boek.

In mijn jeugd werden bijbels en bijbelse dagboekjes voorzien van indrukwekkende boekenleggers. Geborduurd in de meest weelderige sticksels of leren lapjes die zendingsorganisaties als promotiemateriaal maakten. Ik ruik nog het leer dat tussen de dunne bladzijden van de bijbel werd gedrukt.

Tijdens mijn studie probeerde ik ook aantekeningen te maken bij het lezen. Daarvoor gebruikte ik gratis Hallmark-kaarten. In cafés of in de hal bij de collegezalen hingen ze in rekken. Ik trok zo’n rek leeg en schreef op de achterkant van de kaart mijn aantekeningen bij het boek. Als het boek uit was, liet ik de kaart achter. Voor later.

Nu houd ik op alle mogelijke manieren bij waar ik gebleven ben. Aantekeningen maak ik nog altijd, maar meestal krabbel ik ze in potlood op een flinterdun kladpapiertje. Dubbelgevouwen voor de stevigheid. Dan weet ik waar ik ben, maar kan gelijk wat notities maken bij het boek. Anders krijg ik zo’n recensie echt niet klaar.

Maar als ik een kaartje bij een boek krijg of toevallig een kassabonnetje heb rondzwerven, dan verdwijnt dat papiertje tussen de bladzijden en weet ik altijd precies waar ik gebleven ben. Tijdens het lezen verdwijnt de aanwijzer een bladzijde of vijftig verder (of terug als er niet zoveel meer zijn in het vooruit).

#50books

Dit is het antwoord op vraag 33 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.