image

De zoektocht naar de dinosaurus in Congo maakt de Congolezen erg bang. Het brengt Redmond O’Hanlon in een geïsoleerde positie. Hij raakt zelfs zo geïsoleerd dat hij vriendschap sluit met een gorillajong. Hij ontfermt zich over de baby en loopt er de hele dag mee rond.

Hij praat de hele dag met het dier. Als hij verdwaalt raakt in het oerwoud, probeert hij het dier te laten vertellen waar hij naartoe moet. Natuurlijk lukt het hem niet. Het maakt het zo moedeloos dat hij het dier voorleest uit Oblomov.

Luister goed, ik ben deze keer nog niet zo ver in het boek. De jonge Oblomov, Oblomov als jongen, is in de kinderkamer, net als jij, en zijn oude kindermeid is, net als ik, verhaaltjes aan het vertellen. Ze “grift in de kinderlijke geest een onvergetelijk beeld van heel die Russische Ilias, geschreven door onze homerische zangers in achter nevels verzonken tijden, toen de mens nog niet opgewassen was tegen de gevaren en geheimen van het leven en de natuur”. … Daar zijn we nog steeds niet tegen opgewassen, hè? (485)

Het lezen van de Rus Gontsjarov doet denken aan zijn vriend Simon Stockton in de Amazone. Daar verandert de yup die in het oerwoud mooie kiekjes denkt te kunnen maken in een angsthaas. De complete gekte nabij. Redmond O’Hanlon ziet zijn vriend zelfs ten onder gaan daar in de wildernis.

In Congo lijkt dit te gebeuren met O’Hanlon zelf. Zo lopend in het oerwoud met een gorillababy om zijn nek, verdwaald. Het brengt hem op de rand van gekte. Zeker ook als het dier zijn shirt onderpoept en hij er gewoon mee doorloopt.

Redmond O’Hanlon: Congo. Oorsponkelijke titel: Congo Journey. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Amsterdam, Uitgeverij Atlas, 1996. 568 pagina’s. ISBN: 90 254 0165 1