20140911_202216In La Superba van Ilja Leonard Pfeijffer wisselen fantasie en werkelijkheid zich voortdurend af. De schrijver en dichter speelt in zijn roman voortdurend met de werkelijkheid. Zo haalt hij zichzelf aan en maakt van zichzelf een romanpersonage en een persiflage. De roman is een aaneenschakeling van brieven die hij aan een vriend schrijft.

Hij vertelt hem de verhalen van de stad, maar probeert ook geld te lenen of op een andere manier gunsten te krijgen van de lezer. Je voelt je als lezer een gluurder, die meekijkt en meeleest. Voortdurend wijst de verteller op werkelijkheid, fantasie en de plek die de gebeurtenissen in een roman zouden hebben.

De werkelijkheid leent zich niet goed voor een roman, constateert de verteller. Het komt te extreem over. Zo extreem, dat niemand het zou geloven. Hij schrijft het zo op omdat het zo gebeurd is, maar als hij dit in een roman zou vertellen, zou de lezer hem niet geloven.

Pfeijffer gaat ver in dit spel. Hij kan wel een Italiaanse heer echt op een bankje zien zitten staren naar de schepen in de haven, de gedachten van het mannetje verzint hij:

Zo leven we allemaal langs elkaar heen in elkaars verzonnen werelden. We zijn figuranten in elkaars fictieve autobiografie. We zijn decor van elkaars illusies. (103)

Die rol vervult Genua ook in zijn roman. Genua bestaat in het echt, het Genua in zijn verhaal is een ander Genua dan het werkelijke Genua. De verteller heeft het verzonnen. De stad wakkert de fantasie in hem aan en hij voelt zich in Genua ‘waarlijk gelukkig’. Op het moment dat hij dit opschrijft, zittend op het terras van zijn kroeg, schuifelt de werkelijkheid zijn verhaal binnen…

Terwijl ik dit schrijf, schuifelt er een zwerver voorbij die eruit ziet als een zwerver. Hij draagt een soort buitenaards kostuum van gevonden objecten en afval. Verregende knuffelbeertjes bungelen aan zijn harnas. Hij heeft een magisch masker gemaakt van cd-schijfjes. Met een gevonden stokje slaat hij ritmisch op een leeg colablikje terwijl hij voorbijloopt. Hij is een sjamaan. Hij is God in het diepst van zijn gedachten. Hij ziet niets of niemand. Hij verzint ons wel als hij ons nodig heeft. Hij leeft volledig in zijn eigen fantasie. Hij ziet er volmaakt gelukkig uit. Ik voel mij zeer aan hem verwant. (104)

De verteller vervult dezelfde rol als de zwerver. Ook hij zet de werkelijkheid naar zijn hand, maakt van cd-schijfjes een masker of maakt muziek op een gevonden colablikje. Het maakt La Superba tot een indrukwekkende roman waarbij werkelijkheid en fictie elkaar doorkruisen, vervormen en ook een beetje bedriegen.

Lees ook mijn bespreking op Litnet

Ilja Leonard Pfeijffer La Superba. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2013. Prijs: € 19,95. 352 pagina’s. ISBN: 978 90 295 8727 3.