image

De wolkenluchten komen veel aan bod in Maarten ‘t Harts Een vlucht van regenwulpen. De verteller refereert er vooral naar als er iets belangrijks gebeurt. Zijn geboorte zou zijn geweest onder een grijze lucht en zijn moeder sterft onder een treurig grijze hemel.

Zo zou je kunnen denken: ik ben, zoals mijn moeder o vaak ongevraagd verteld heeft, op een grijze zaterdag geboren; zij is op een grijze zaterdag gestorven, nu is het weer zaterdag en opnieuw is de hemel bedekt met datzelfde transparante, bestendige, nergens lichter of donkerder grijs. (68)

Als de uitslag van de eindexamens wordt gegeven, gaat de ik-verteller Maarten met Johan naar school onder een ‘grijze, treurende hemel’. Alleen als de woede van God zich openbaart, verandert de grijze hemel in een lucht vol donderkoppen.

Het weer maakt van een Een vlucht regenwulpen een typisch Nederlandse roman. Wat dat betreft sluit Maarten ‘t Hart heel goed aan bij een schrijver als Oek de Jong. Deze schrijver betrekt ook vaak het weer en het Nederlands landschap in zijn romans. Het krijgt daarmee bijna een rol alsof het een personage is.

De hoogleraar Ton Anbeek ergert al dat spruitjesproza. Hij schreef in 1980 een beroemd essay waarin hij pleit dat er meer straatrumoer in de Nederlandse letteren mag komen. Een vlucht regenwulpen mist dit rumoer. Daar blijft het beperkt tot de vele overpeinzingen van de verteller. Het rumoer is in het hoofd van Maarten en niet op straat.

Maarten ‘t Hart: Een vlucht regenwulpen. 1e druk, 1978. 65e druk met toestemming van Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam, 2014. ISBN 9879059652613. 166 pagina’s.