image

De kaft met de drie teckels erop trok mijn aandacht in de kringloopwinkel. Ze kijken met een eigenzinnige blik de lezer aan. Daarom kocht ik het boekje van Marjan Berk met de veelzeggende titel Ik neem toch een hond. Het spreekt tot de verbeelding deze roman. De aangename schrijfstijl van Marjan Berk doet de rest.

Het boek gaat over Lena Steketee. Haar teckel Karel is pas overleden. Hij is 17 jaar geworden. Nu hij er niet meer is, voelt ze zich onveiliger dan voorheen. Ze overweegt weer een hond te nemen, maar voelt zich geremd. Een hond betekent ook afhankelijkheid en zorgt ervoor dat je aan je huis gekluisterd bent.

De oudere vrouw Lena Steketee worstelt ermee. Ze wordt zelfs beroofd bij het pinautomaat waardoor ze zich nog onveiliger voelt. Maar iets weerhoudt haar om weer naar een teckel om te zien. Want wie zorgt er voor het beestje als ze niet meer voor zichzelf zorgen kan?

Ze mist het gezelschap van een hond of een man. Ze kan geen afstand doen van haar overleden teckeltje Karel. De mand met speeltjes erin staat nog steeds bij de gaskachel. Het verlangen blijft, maar moet ze er niet eens afstand van nemen?

Het blijft knagen en ze is al op zoek naar het adres van iemand van de teckelclub om te informeren naar een teckel. Ondertussen trekken alle mannen in haar leven voorbij, net als de drie teckels die ze gehad heeft. En van wie ze hield.

Marjan Berk: Ik neem toch een hond Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 2011. ISBN 987 90 450 6777 3. 134 pagina’s.