image

Het is vandaag 25 jaar geleden dat de muur viel. Ik heb een speciale band met de muur. Voordat de muur viel hadden mijn ouders contact met mensen uit Oost-Duitsland. Ik schreef brieven met hun dochter en later mocht ik zelfs een paar keer mee.

We reden met andere mensen van onze kerkelijke gemeente de 850 kilometer van Veenendaal naar Lohmen in de DDR. Ik zal de reizen nooit vergeten. Vooral de aanblik van die hoge wachttorens en het lange wachten bij de grens.

Later gingen we met de trein. De douanebeambten hielden ervan om gretig misbruik te maken van hun macht. Zo verdween een medewerker met het paspoort van mijn moeder om het vlak voor het vertrek van de trein terug te geven. De trein bleef al die tijd staan bij de grens. Ik zie de Oost-Duitse vlag nog dapper wapperen. Een paar maanden later verdween de grens.

Nu kwamen de Oost-Duitsers bij ons. Hun dochter – het meisje waarmee ik schreef – heeft zelfs nog een weekje bij ons gelogeerd. De grens was open en ze genoot met volle teugen van haar vrijheid. Ze keek haar ogen uit. Net als de anderen die kwamen. Aardbeien midden in de winter en volle supermarkten. Dat kenden ze niet. De herinnering aan de lange wachtrijen voor de winkels was nog sterk.

Nog weer later, ik studeerde en zocht de herinnering aan het oosten weer op. Ik ging met kerst, wilde dat weleens meemaken: kerst in Duitsland. Het meisje bood me aan mee te gaan naar Berlijn waar zij woonde en studeerde. Ik zou pas later gaan nadat we weer brieven schreven.

Het werden andere brieven en we kregen iets. Het oosten en het westen begonnen iets met elkaar. Ook nu spraken we over de oude DDR-tijd. De wereld was veranderd en ze dacht met weemoed terug aan de vervlogen tijden. De volle supermarkt eiste ook andere dingen. Het zorgde ook voor veel verwarring. Een paar maanden en vakantie naar Italië later ontdekten we dat onze relatie niet werkte.

Bij het zien van de beelden van de val van de muur, denk ik terug aan die tijd. De beelden van Lenin en Marx waren in 1998 nog niet overal geveld. Het verschil tussen oost en west kon je nog goed zien aan de gebouwen. De nieuwe hoofdstad van Duitsland was één grote bouwput. De muur stond nergens meer, maar hij was overal. Hij was afgebroken, bijna geen plekje was meer hetzelfde als voor de val van de muur, maar hij leefde nog in de levens van de mensen.

Misschien is het nu anders. Ik weet het niet, want ondanks alle voornemens kom ik er niet toe er weer heen te gaan. Iets weerhoudt mij. De weemoed naar iets dat er niet eens was. Het idee dat het Berlijn van mij niet het Berlijn van nu is.