image

Hij keek achterom. ‘Het achterlicht brandt,’ zei hij bij zichzelf. De schemering viel in. (Gerard Reve: De Avonden, p. 27)

Leesdagboek De Avonden

dinsdag 23 december, 6.47 uur

Droom

Ik merk de moeheid in mijn lijf. Tel de dagen af na alle inspanning van de afgelopen tijd. Terugblikken kost veel energie. Dan denk ik aan de tijd dat ik werkeloos was, de ooroperaties van Doris, de nieuwe baan en tenslotte het overlijden van mijn schoonvader, eind vorige maand. Ik ben er moe van ben.

Als mij iets treft in De Avonden dan zijn het de bijzondere dromen van de hoofdpersoon Frits van Egters. Vrijwel ieder hoofdstuk begint of eindigt ermee.

Gisteravond om 21 uur naar bed. Wilde dromen tegen de ochtend. Ik loop met medeblogger Peter naar het huis van Carel. Hij is voor een paar maanden op reis. We willen hem verrassen. Ineens zijn er allemaal vrouwen aanwezig, waaronder mijn moeder. We gaan Carels huis versieren en bakken een verjaardagstaart.

Bij het weggaan, kijk ik nog even om en zie een wild varkentje staan in de woonkamer. Die hoort hier niet. Meteen roep ik de anderen en overleg wat we met het biggetje gaan doen. Eerst moet ik mijn teckels bij me roepen om te voorkomen dat zij het jonge beestje iets aandoen.

Het biggetje gaat terug naar het plekje in het weiland voor Carels huis, daar is hij door de omheining van losse takken gebroken. De constructie is niet stevig. Hij kan er zo uit. Er loopt al een grote herdershond in de richting van het weitje. Ik blijf erbij staan, maar veel helpt het niet. Het dier loopt gevaar en ik kan er moeilijk bij blijven staan.

De wekker verlost mij uit deze hachelijke situatie. Aankleden, honden uitlaten, broodsmeren en ontbijten. De roman De Avonden sla ik open. Een heerlijk moment. Even op de bank kruipen met de honden.

Het is niet veel tijd. Een minuut of tien, maar genoeg om mij in de sfeer van Frits van Egters onder te dompelen. Ik lees over zijn fietsrit naar huis vanuit het werk en geniet van het gemoster met zijn ouders.

Ik leg het boek snel weg. Het is tijd. Ik maak me gereed voor de fietsrit naar het station. De lichten aan en ik fiets naar het station. Onderweg kijk ik achterom, net als Frits in De Avonden. Het lampje brandt.

De rest van het hoofdstuk lees ik in de trein. Heerlijk. Ik weet weer waarom het zo’n verrukkelijk boek is om te lezen.

Voor een uitleg over dit blogproject: lees de aanleiding