image

Hij peuterde met zijn pink achter zijn kiezen. ‘Je hebt,’ dacht hij, ‘de adem als een lucht van beschimmelde oude jassen, die in azijn worden gekookt. Zeker. Dan de adem van iemand, die te veel harde eieren heeft gegeten. Maar het ergste is de lucht van iemand, die een dag heeft gevast. Dat is als bedorven melk of als boomschors, die in het water heeft liggen rotten. Jawel.’ (Gerard Reve De Avonden, p. 100)

Leesdagboek De Avonden

zaterdag 27 december, 10.38 uur

Perversiteiten

De regen verandert in natte sneeuw als ik naar de bibliotheek fiets. Op zoek naar de biografie van Nop Maas over het ontstaan van De Avonden en het voorleesboek waarin Gerard Reve zelf zijn debuutroman voorleest. De markt is verlaten. De paar kraampjes die staan, bevatten weinig publiek.

Het heeft iets treurigs. Zelfs bij de notenboer hoef ik niet te wachten. Er staan meer mensen achter de kraam dan voor de kraam. Ook de zalmkop voor de honden heb ik snel in mijn bezit. In de bibliotheek zijn eveneens weinig mensen. Ik trek een stapel nieuwverschenen boeken van de betreffende tafel. Over de ondergang van boekenketen Selexyz en oorlogsherinneringen van Guus Luijters. Ook vind ik een leuke dvd-box met fragmenten rond 175 jaar spoorwegen in Nederland.

Als ik op de bovenste etage op zoek ben naar de biografie van Gerard Reve overvalt mij plotseling een drang van binnen. Ik wil het toilet binnen. Op slot. Bijna gelijktijdig hoor ik het slot opendraaien. Een groezelige man stapt eruit. Een grote plastic tas waar meer afval dan etenswaar in lijkt te zitten, houdt hij in zijn hand vast. Uit de ruimte komt zo’n bedorven lucht dat ik er nog voor ik binnenstap weer naar buiten vlucht. Nog voor de man zijn handen heeft gewassen zak ik een etage lager om mij daar te verlossen van de drang van binnen.

Thuisgekomen gaat het hoofdstuk voor vandaag in de cd-speler. De sombere, diepe voorleesstem van Gerard Reve klinkt door de huiskamer. Vandaag heeft hij een kaartje voor de avondbioscoop, bestemd voor Viktor, maar die wil niet mee. Als hij later die avond aanklopt bij Louis om hem mee te vragen, zegt deze dat hij niet kan. Hij heeft Viktor op bezoek.

Bij de bioscoop treft hij Maurits, de aan lager wal geraakte man met één oog. De perversiteiten schieten over de bladzijden. Het begint met slechte adem, maar eindigt met het wurgen van jongetjes in het bos. Het is onduidelijk of het hier om humor of opwinding gaat. Het laatste is erg aannemelijk, maar misschien ben ik bevooroordeeld door de latere Gerard Reve.

Het klinkt door de mond van de schrijver gelijk anders, maar ik geniet. Bijna net zo als eerder deze morgen bij het lezen van het hoofdstuk van de dag. Hier kan weinig tegenop. Ik hoor weer nieuwe dingen waar ik waarschijnlijk overheen heb gelezen. Het is gewoon een prachtig boek. Zeker gelezen in deze tijd van het jaar komt zijn betekenis tot volle wasdom.