image

Hij bleef een paar minuten staan om naar de stilte in huis luisteren. In de bewolking was een opening doorgebroken: bleek zonlicht viel nog juist over de huizen op de mat voor de kachel. (Gerard Reve De Avonden, p. 110)

Leesdagboek De Avonden

zondag 28 december, 10.25 uur

Stilte

We moeten best een beetje haasten om op tijd op het station te zijn. Ik hoor de trein al binnenrijden als ik de fiets op slot zet. Hollen om een railrunner te bestellen en dan weer rennen om op het perron te komen. Tutterende mensen voor ons op de roltrap. Hij staat al klaar voor vertrek. We stappen snel in.

Doris moet verschrikkelijk hoesten. Het is de koude lucht in combinatie met het rennen. Ze moet al een tijdje flink hoesten. We zoeken een plekje in de trein. Nee, in de stiltecoupe gaan we niet zitten. Maar als haar longen weer tot rust zijn gekomen en we op het rumoerige balkon zitten te lezen, gaan we toch bij de stiltemensen zitten.

Ik sla De Avonden openen. Frits luistert naar de stilte in de woonkamer. Het verhaal neemt me mee. Heerlijk zijn de redenaties van Frits. Hij gaat een avondje uit, maar doet eerst een dutje. Na het eten vertrekt hij naar zijn vriend Jaap. Viktor meldt zich eveneens en ze vertrekken.

Het kind Hansje, die een paar dagen eerder 1 jaar werd, laten ze alleen achter. Volgens vader Jaap is dat voor het kind het beste: zoveel mogelijk liefde, zo weinig mogelijk zorg. Als er brand komt, is dat overmacht. Waarschijnlijk zou het kind stikken voor het vuur er zou zijn.

In de gisteren bij de bibliotheek gehaalde biografie staat dat Jaaps vrouw Joosje (in werkelijkheid Mirjam Noorderbos) het alleen achterlaten van haar kind zich wel kwalijk nam.

Voor ik goed en wel bij het avondje uit ben, zijn we in Leiden. We stappen uit en lopen naar Naturalis. Het grote modderige stuk grond steken we over. De modder is hardgevroren en de plassen zijn veranderd in ijs. Op het gras ligt een uiterst dun laagje sneeuw dat net zo goed rijp zou kunnen zijn.

In Naturalis is het een drukte van belang. Kinderen gillen kriskras om ons heen en vliegen als heuse insecten in een wolk door de zaal. Ouders ontfermen zich niet over de drukteschoppers en ik heb het gevoel in een overdekte speelhal rond te lopen in plaats van in een museum. Overal gillen de kinderen, grijpen iets vast of turen er kort naar, en vliegen verder naar de volgende attractie.

Uit al die drukte verzamelen we onze eigen indrukken en gaan verder naar de volgende hal die soms drukker is en en een andere keer rustiger. De stenen vindt Doris erg mooi, net als de dinosauriërs en dieren uit de IJstijd. Het zijn stuk voor stuk attracties waar we even bij stilstaan.

Ik geniet het meeste van de kleine dieren als de vele soorten vlooien, luis, mijt en wants. Vergroot op een scherm veranderen ze in heuse monsters. Of de noten en bloesem van de Japanse notenboom op sterk water. Ze trekken niet de aandacht van al die kinderen. Misschien dat ik er daarom extra van geniet.

Als we in de trein terug zitten, kan ik het laatste deel van hoofdstuk 7 lezen, de zevende dag. Frits bezat zich en komt dronken thuis. Zijn ouders trekken zijn kleren uit en brengen hem naar bed. Het past goed in de lijn met zijn filosofie: je reinigt je lichaam door het eerst te vergiftigen.

Voor een uitleg over dit blogproject: lees de aanleiding