image

De boer Tiny Polski geeft een rake beschrijving van Allie Fox. Het is een buitengewoon betweterig mannetje dat meer gelijk heeft dan de boer beweert. Hij ziet Amerika ten onder gaan aan verspilling.

Als de boer hem vraagt om een goedkope levensgrote koelkast op vuur te maken, weigert hij. Niet omdat hij het niet kan, maar vanwege de reden die de boer geeft voor deze wens. De landbouwer wil de oogst opslaan zodat hij het voor een hogere prijs kan verkopen door de schaarste die hiermee ontstaat.

Het gezin vlucht uit de Verenigde Staten en vindt een stukje grond in Honduras, Jeronimo. Niet veel meer dan het modderige einde van een modderpad, vindt de verteller. In die wildernis wil Allie Fox een zelfvoorzienende plek maken met een immense ijsmachine aangedreven door een klein vuurtje.

Het is zijn uitvinding om uit warmte ijs te maken. Niet dat het enige nut heeft, maar hij wil aan iedereen laten zien dat je uit vuur ijs kunt maken. Het enorme gevaarte krijgt de naam Dik Trom en staat midden op het terrein van de familie Fox. Bij de bouw, klimt de zoon Charlie in het binnenste van het metalen bouwwerk:

Ik herkende wat ik zag. Dit was geen buik – dit was vaders hoofd, het mechanische gedeelte van zijn brein en de wirwar van zijn geest, even krachtig en veelomvattend en geheimzinnig. […] Alles paste zo perfect en zat zo hecht geklonken en was zo sluitend aangebracht dat het egoïstisch geworden was. Ik kon zien dat er orde in zat, maar de orde – de omvang ervan – boezemde me angst in. (190)

Het is de typering van zijn vader. De voorspellende zin volgt even later:

Ik bedacht dat je hier kon doodgaan of – als je eenmaal gevangen zat – gek kon worden. (191)

Dat het bouwwerk ook levensgevaarlijk is door de verrijkte ammoniak en waterstof die Allie Fox in de leidingen giet, vertelt hij pas als het gif in de leidingen zit. De machine draait zonder enig nut om ijs te maken. IJs dat Allie Fox graag laat zien aan de bewoners van de wildernis.

Hij maakt er zelfs een tocht voor over de bergen om het ijs aan de indianen te laten zien. Dat hij daar na het nodeloos sjouwen van een enorme brok ijs aankomt met slechts een splinter ijs, verzwijgt hij later. Sterker nog, hij vertelt dat ze werkelijk ijs hebben gezien. Hier scheurt het geloof in zijn vader. Charlie noemt hem hier voor het eerst een zak.

Steeds weer poogde ik me ijs te herinneren in vaders handen en verbazing op de gezichten van de indianen. Maar er was niets – geen ijs, geen verbazing. Het was allemaal erger en vreemder geweest dan deze leugen. (267)

Deze barst in het vertrouwen in zijn vader, zet zich later door. Ook al redt hij zijn vader, waarmee alles wordt verwoest bij de genadeloze val van deze eigenwijze en koppige man. Op de trektocht door de wildernis belandt het gezin in de moerasdelta waarover Paul Theroux schreef in de Oude Patagonië Expres.

Daar volhardt Allie Fox in zijn verhaal dat de Verenigde Staten er niet meer zouden zijn. Het geloof brokkelt meer en meer af. Dat kan niet meer goed aflopen, weet je als lezer. En je blijft lezen omdat je wilt weten hoe het afloopt. Het kan alleen maar dat de boer Tiny Polski gelijk heeft.

Paul Theroux: Muskietenkust. Oorspronkelijke titel: The Mosquito Coast. Vertaald door Joop van Helmond. 4e druk. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1989 [1984]. ISBN: 90 295 4867 3. 436 pagina’s.