image

Het boek De Alibicentrale is in zekere zin een prachtig verhaal waarin het begin van de verwachtingsvolle jaren ’90 worden verbeeld. De verteller weet het ook allemaal prachtig benoemen. Tot en met de heersende mode. Zo vermeldt de verteller over het toen heersende ‘Arnie’-kapsel het volgende:

Hij herkende hem aan de gotische val van zijn haar om zijn gezicht van oud behang en zijn kleding die hij intussen niet leek te hebben verwisseld. (106)

Deze haardracht zou een aantal jaren later een heuse hype worden. Elke zichzelf respecterende jongere zou proberen de haardracht van Arnie, een personage uit GoedeTijdenSlechteTijden over te nemen. Je vindt deze haardracht terug in De Alibicentrale.

Groter gezien draait het in De Alibicentrale vooral om het geld verdienen aan diensten waar een luchtje aan zit. Maar het geld verdienen staat boven de manier waarop het geld verdiend wordt. De eerlijkheid verliest het van het bedrog. Zolang je er geld aan verdient, is het oké. Zodra een beroep wordt gedaan op je verantwoordelijkheid, laat je het afweten.

Het heeft geleid tot de internetbubbel en de kredietcrisis. Bedriegen om er zelf beter van te worden, maar hard weglopen als je ter verantwoording wordt geroepen. De Alibicentrale benoemt het en waarschuwt. Maar het was aan dovemansoren besteed. Iedereen hoorde en las het, maar niemand luisterde.

Als Désiree hem waarschuwt, is het al te laat. Kapee zit gevangen in zijn eigen verbeelding. Hij gelooft in zijn eigen leugen:

Je verwaarloost alles, het belangrijkste wat je hebt. (180)

Ze zegt het met trillende stem tegen hem. Maar hij luistert niet. Hij moet verder met zijn alibicentrale en vergeet zijn vrienden. Het belangrijkste dat hij heeft.

S. Montag (pseudoniem van Henk Hofland): De Alibicentrale, Een sprookje voor bedriegers. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, 1990. ISBN 90 351 0795 0. 200 pagina’s.