image

Een opvallend element in Ralf Mohrens Tonic zijn de treffende vergelijkingen die de verteller Arthur Poolman maakt. Hij merkt dat hij bij weinig belangstelling kan opbrengen voor kletspraat. Is het een karakterfout, vraagt hij zich af.

Hoort kletspraat er gewoon bij? Is dat de waterverdrijvende spray, de WD40, voor het menselijk verkeer en heb je dat maar gewoon te accepteren omdat het vastloopt. (143)

Tonic zit barstensvol met dit soort vergelijkingen. Arthur Poolman weet zo heel beeldend de problemen waarmee hij worstelt onder woorden te brengen. Ze helpen mee om het verhaal te versterken.

Bijvoorbeeld om aan te geven dat het drinken zijn lijf helemaal uitput:

Ik was een auto met een lekke koppakking waarvan nog maar twee cilinders functioneerden. (110)

Hij gaat verder in de vergelijking:

Nou, ik liep maar op één poot en bij tegenwind of het minste heuveltje viel ik stil. (111)

Verderop vergelijkt de verteller Arthur Poolman de drank met een vriend, een trouwe hond die altijd aan zijn zijde is. Terwijl kort daarvoor zijn geweten nog als een tevreden poes tegen de verwarming lag te slapen.

Het zijn die vergelijkingen die heerlijk zijn om te lezen en die het boek kleur geven. Ze maken het zware thema van de drankverslaving dragelijk. Het plezier in het spel met de taal en het verhaal, laat zien dat Ralf Mohren mooi en treffend kan schrijven.

Dat gaat veel verder dan alcoholisme. Daarom zie ik uit naar zijn volgende boek.

Ralf Mohren: Tonic, (non-)alcoholische roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2015. ISBN: 987 90 290 8940 1. Prijs: € 18,95. 256 pagina’s.