image

In André Brinks roman De bidsprinkhaan komt meerdere keren een opsomming voor. Zoals de lijst van de lading die verhalenverteller, muzikant en rondreizend koopman Servaas Ziervogel bij zich heeft:

suiker en koffie
eindeloos veel rollen tabak en blikken snuif
een paar halve amen arak, stenen kruiken jenever en brandewijn
naalden en garen
spijkers
kruid en lood (45/6)

De opsomming beslaat bijna twee pagina’s. Daarna merkt de verteller droogjes op dat de handelaar dit wel allemaal bij zich heeft, maar hij is voor iets veel belangrijkers gekomen:

Maar bovenal, zo deelt de man met de hoge hoed hun mee, is hij een dienstknecht van de Here der heirscharen, gestuurd om het evangelie te verkondigen in het donkere binnenste van dit heidense land. (47)

Als Kupido met Servaas Ziervogel onderweg gaat, volgt een beschrijving van de route die de twee mogelijk hebben gevolgd:

naar Bakoond en Gannahoek en Pffertjiesleegte
en dan Tweefontein en Palmietfontein,
Renosterfontein (oftewel Neushoornbron) en Eendvogelfontein: al die bronnen (elk met zijn eigen slang, de meeste met een watervrouw)
dan naar Riem en Luiperdskloof
en onderlangs de Onder-Sneeubergen en de Moordhoeksbergen (63)

De benamingen van de plekken waar Kupido komt bij zijn verdere trektochten door Zuid-Afrika, komen verderop enkele keren terug. Het geeft de roman iets modernistisch, zoals de lijsten die Alfred Döblin, James Joyce of Vestdijk in hun romans geven. Hier bij André Brink geven ze de roman extra duiding en kracht. Zeker ook omdat de plaatsnamen in Zuid-Afrika iets magisch in zich hebben.

André Brink: De bidsprinkhaan. Oorspronkelijke titel: Praying Mantis. Vertaald door Rob van der Veer. Amsterdam: Meulenhoff, 2004. ISBN: 90 290 7760 3. 288 pagina’s.