image

De hoofdpersoon Kupido Kakkerlak ziet voor het eerst een spiegel in André Brinks roman De bidsprinkhaan. Hij schrikt zich rot en weet niet wat hij aan de andere kant ziet:

Hij slaakt een gil waarvan de hele boerderij wakker schrikt, en hij tuimelt bijna achterover.
‘Nee toch Baas! Dat ding leeft.’
‘Kijk nou eens goed.’
Op handen en voeten sluipt hij naderbij, schuin van opzij, en loert voorzichtig om de rand. Hetzelfde gezicht kijkt naar hem terug. Een levendig gezicht, met scherpe ogen als van een stokstaartje, zwarte plukjes op zijn kop. Kuipodi slaat allebei zijn handen voor zijn gezicht om zich achter te verschuilen. De mens voor hem doet precies hetzelfde. (52)

Kupido is erdoor gefascineerd en het laat hem niet los. Hij is vervuld van het beeld dat de handelsreiziger Servaas Ziervogel heeft meegenomen. Het is tovenarij, vindt hij.

Als hij later afscheid neemt van Servaas Ziervogel krijgt Kupido een spiegel van de lange, raadselachtige man als afscheidsgeschenk. Het is een heilig voorwerp voor hem:

Met dit voorwerp in zijn bezit kan Kupido de confrontatie aan met alles wat de toekomst voor hem in petto heeft. Jarenlang zal hij de spiegel zorgvuldig in het zwarte krip gewikkeld houden; alleen bij speciale gelegenheden haalt hij het eraf om van gedachten te wisselen met die overal aanwezige vreemdeling, die tevens, op onverklaarbare wijze, een andere ik blijkt te zijn (68)

Hij houdt de spiegel bij zich alsof het zijn identiteit is. Het helpt hem door barre tijden en laat hem nooit in de steek. Tot de spiegel onderweg naar Graaff-Reinet valt en in duizend scherven uit elkaar valt. Kupido is ontroostbaar. Hij valt op zijn knieën en barst in tranen uit. De hele nacht slaapt hij niet en staart de duisternis in.

In zijn hand had hij een enkele spiegelscherf vastgeklemd, alsof hij zich vast had voorgenomen die naar de onbekende en onkenbare toekomst mee te nemen. Deze ene keer leek zijn geloof niet berekend op wat er gebeurd was. (217)

Als hij later in Dithakong zit en zijn vrouw Katryn hem verlaat, geeft Kupido haar de spiegelscherf.

‘Het is alles wat er nog van me over is,’ verklaart hij en hij drukt het in haar hand. (260)

Het drukt op een mooie manier uit hoe Kupido Kakkerlak zijn identiteit langzaam verloren is. Het geloof dat hem beroofd heeft van zijn verleden en daarmee ook van zijn identiteit. De spiegel staat daar symbool voor. Een mooie vergelijking waarmee André Brink op treffende manier de spiegel tot metafoor maakt van het kolonialisme en het geloof dat de blanken met de spiegels aan de Afrikanen brachten.

André Brink: De bidsprinkhaan. Oorspronkelijke titel: Praying Mantis. Vertaald door Rob van der Veer. Amsterdam: Meulenhoff, 2004. ISBN: 90 290 7760 3. 288 pagina’s.