image

Ze baalde laatst dat ze geen ijsvogeltje had gezien. ‘O,’ zei ik. Maar ik heb hem al 3 keer gezien in korte tijd, dan zal jij hem zeker ook nog een keertje zien in je leven.’

We fietsen nu naar de observatiehut bij de Lepelaarplassen. Een bekende rit. Ik heb er al een paar keer een ijsvogel gezien. Een keer zelfs 2 tegelijk. We hebben nu best veel kans. Zeker omdat met 2 milde winters de populatie flink is toegenomen.

image

We rijden over het pad naar de hut, tussen de hoge schuttingwanden. Het is rustig in de hut. Een echtpaar zit aan een kant. Een enorme lens ligt op een kussentje in de opening.

De lens past met zijn gigantische diameter net door de smalle opening. Het bladmotief om de lens heen moet hem minder laten opvallen voor de vogels. Soms ratelt het toestel als er een paar foto’s worden gemaakt. Verder turen ze de waterkant af.

image

Ik haal onze verrekijker tevoorschijn. We kijken de einder af en zien de aalscholvers zitten op het eilandje recht voor de hut. Aan de andere kant zitten ze hoog in de kale bomen. Je ziet hun nesten meedeinen op de wind. Ze vliegen af en aan met nestmateriaal.

Dan ineens uit het niets. Scheerts iets blauws vlak over het water. Het heldere indigoblauw. Onmisbaar. Het ijsvogeltje. Doris ziet hem ook. Het vogeltje schiet het bos in en is verdwenen. We kijken naar andere dingen. Ik zie aan de andere kant nog een ijsvogeltje voorbij vliegen, maar deze verdwijnt achter de observatiehut.

image

Een groepje luidruchtige fietsers komt binnen. Ze zijn op doorreis. Ze werpen een snelle blik over het water en vertrekken weer even rumoerig als ze binnenkwamen.

Dan roept de cameraman. Hij ziet de ijsvogel weer. We turen naar de bomen en zien het blauw op een tak zitten. Doris tuurt door de verrekijker en haalt hem heel dichtbij. Ze geniet. Ze heeft hem nu helemaal in het vizier. Dan klinken de felle uithalen van de ijsvogel en verdwijnt hij.

image