image

Natuurlijk moet Joris van Casteren even refereren naar zijn afkomst in zijn nieuwste boek Het station. Hij is opgegroeid in Lelystad, zoals hij eerder in het gelijknamige boek schreef. Dat mag de lezer weten als hij een boek over de hoofdstad schrijft. Volgens hem neemt de chaos toe naarmate hij vanuit de polder in Amsterdam komt.

Beschilderde muren, een badkamer met daarin een blote vrouw schoot voorbij. In achtertuinen zag ik vuilniszakken, autobanden en winkelwagentjes. In het water lagen halfgezonken boten. (9)

Later diept hij zijn kennis van het station uit als hij een artikel schrijft voor de Amsterdamse daklozenkrant Z. over de mensen op Amsterdam Centraal. Hij opent er zijn nieuwe boek over het meest imposante station van Nederland mee.

In 2014 gaat hij op uitnodiging van uitgeverij Bas Lubberhuizen wat dieper in op het leven op het station in de hoofdstad. Het is eigenlijk een stad in een stad. Daarom bivakkeert hij een paar maanden op het station dat altijd wordt verbouwd.

Verder is er veel veranderd in de periode tussen 1998 en 2014:

Het grote blauwe bord is weg, ook het meetingpoint ontbreekt. Geen spoor van junks, schandknapen of heroïnehoertjes. (16)

Gelukkig mag hij na wat onderhandelen met de NS met iedereen praten. Zo komt Joris van Casteren bij al het personeel van NS, Prorail en andere bedrijven op het Centraal langs. Zoals de treindienstleiders.

Joris van Casteren: Het station. Amsterdam: Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 2015. ISBN: 978 90 5937 3969. 160 pagina’s. Prijs: € 17,95.