image

We fietsen langs een groepje zwanen die het grasveldje vlak naast het fietspad tot slaapplaats heeft gemaakt. We fietsen akelig dicht langs de dieren als we de bocht nemen. Sommige liggen in het gras, met de kop tussen de veren. Anderen staan rechtop en kijken nog om zich heen. Of ze wiebelen nog met het lijf om de slaap op te roepen.

Een zwaan ligt vlak op het hoekje waar wij langsrijden. Het dier heeft zijn kop in het verenkleed gestoken. Een oog steekt precies ter hoogte van de staart uit de veren.

Het oog opent zich als wij langsrijden en volgt ons waakzaam. We zwijgen en trappen extra stevig om de brug op te komen. Ik moet aan onze teckel Saar denken als die lekker ligt te slapen in haar mandje. Ze kan je net zo met een oog volgen als deze zwaan.

Als we afdalen zegt Doris: ‘Die zwaan keek ons achterna en ik moest aan Saar denken.’ Ik moet lachen. Ik moest daar ook aan denken. ‘Ja, ze kan je precies zo met een oog volgen als ze in haar mandje ligt.’ We lachen allebei dat dezelfde gedachte naar binnen vloog bij het zien van hetzelfde oog.