image

Dan is het eindelijk zover. Ik speur langs de natte graslanden op zoek naar de lepelaar. Het veld is leeg. Heel in de verte zie ik witte vogels, maar het zijn overduidelijk broedende zwanen of een zilverreiger. De lepelaar is er vandaag niet.

Bij een uitzichtpunt, zo’n mooie overdekte zit een echtpaar te turen door de verrekijkers. Ze praten luidruchtig over de vogel die de man op zijn camera probeert vast te leggen. Dat de vogel nog niet gevlogen is, verwondert mij.

image

Waarom maken ze toch allemaal zo’n herrie die vogelaars. Het is pas echt genieten als je daar helemaal in je eentje staat, achter zo’n spleet te gluren. De koude wind snijdt in je gezicht. De vogels doen alsof ze je niet zien en verder alleen het geluid van de wind.

Ik vergeet de vliegtuigen die luidruchtig overvliegen en strepen in de lucht maken. Het geraas van verkeer over de dijk. Een motorbootje dat tuffend voorbij vaart in het water achter mij. Of de huizen die ik overal om mij heen zie. Wat is natuur nog in dit land?

image

Een paar uitzichtpunten verder komt er een man op een vouwfietsje aangereden. Hij zet luidruchtig zijn fiets neer en vraagt of er nog iets bijzonders te zien is. ‘Nee, er is niks te zien’, antwoord ik kortaf.

De man heeft het volste vertrouwen in mijn antwoord. Hij stapt weer op zijn fietsje en rijdt weg. Zo kan ik tevreden kijken naar de afleidingsvlucht van 2 kieviten. Ze worden achterna gezeten door een sperwer die zich heerlijk in de maling laat nemen en verdwijnt.

image

Ik stap op mijn fiets en rij weer naar huis. Het einde van een zoektocht.

image