wpid-20150516_214157.jpgIk loop over de markt zoals elke zaterdag. In mijn tas ligt heerlijke graskaas en een stukje jongbelegen. Bij de kippenboer een stukje kipfilet gehaald, nieuwe patataardappelen. Volgens de aardappelboer zijn de Grote muizen de beste.

Nu sta ik bij de viskraam voor een zalmkop aan de graad. Speciaal voor de honden. Dan snij ik de kop in twee helften. Elke hond een helft. Ze vinden het heerlijk.

Deden ze er eerst wel een halfuur over, nu werken ze de kop in een minuut of 5 naar binnen. Helemaal, zelfs het oog dat vrij bitter schijnt te maken, smullen ze op.

Ik wacht op mijn beurt. De jongen ziet mij bijna elke week staan. Hij pakt al het plastic tasje om de op met graad in te stoppen. Ik zie voor mijn voet een zeester bewegen.

Als ik afreken, merk ik op dat er voor mij op de grond een zeester ligt. ‘Ja, dat is Patrick’, merkt de jongen op. Hij loopt alweer naar de volgende klant en laat mij achter met Patrick. Het dier beweegt nog. Zo lijkt het of hij mij uitzwaait.