image

De vis ligt nog altijd doodstil in het net. Maar als de jongen zijn 2 handen onder het dier geschoven heeft, slaat de snoekbaars zich ineens omhoog. Hij laat de vis geschrokken los. ‘Pak hem nou in de nek’, roept zijn vader. ‘Hier hou vast.’ ‘Maar ik durf niet,’ zucht de jongen. Hij wappert met zijn armen. Zijn vader loopt naar het net en pakt het beet.

Plotseling werpt de grote snoek zich omhoog en valt half met het vangnet in het water. De vader laat het net in het water zakken en gebaart naar de zoon. De vis maakt opnieuw een zwembeweging en hapt zich vast in het net. ‘Verdomme’, roept de vader en werpt zijn sigaret in het water. ‘Hij zit vast.’

Hij hijst het net aan de waterkant. Zijn zoon staat er zwijgzaam bij. Het dier ligt doodstil en vader hannest met het net. Als hij het dier losheeft, houdt hij het trots omhoog. ‘Hier, zo moet het.’ De jongen pakt het mobieltje en klikt voor de foto. De snoek beweegt niet meer. Hij geeft zich gewonnen.

Dan buigt de vader met het dier naar het water en laat de grote snoek in het water zakken. Het zwemt traag weg met brede slagen. Hij is uitgeput van het gevecht en verblijf op de waterkant. Vader haalt het pakje sigaretten uit zijn zak en vist er eentje uit. Hij steekt de peuk aan en loopt met het vangnet naar de brug.

De jongen werpt de hengel weer in het water terwijl zijn vader het net staat te repareren tegen het brughoofd. Af en toe glijft er een rookpluim tussen zijn lippen. Dan mompelt hij iets en wringt zijn vingers tussen de fijne mazen van het net.

In het water verderop lijkt iets te plonsen, bewustgeworden van zijn vrijheid. Het leven gaat verder, maar dat hoeven de vissers niet te weten.