image

In Vertrokken van Henri Coulonges stelt de verteller een paar interessante vragen aan de lezer. Wie is er eigenlijk schuldig aan de gruwelen van de oorlog. Het is een machine waarin mensen willekeurig het slachtoffer lijken te zijn van de radaren waar ze toevallig in terechtkomen.

Onschuldige burgers lijken hier het meest onder te lijden. Zoals de 12-jarige Johanna, een Duits meisje dat slachtoffer wordt van de haat die de geallieerden koesteren tegen alles wat Duits is. Als bovenop de berg waarop ze geklommen zijn bij Frauenstein de koorleider Hans Riedenberg het recitatief inzet: ‘Gelukkig zijn de mensen met een zuiver hart, want zij zullen God zien’ uit de Zaligsprekingen overpeinst Johanna de gezongen woorden.

Johanna glimlachte droevig. […]. Ze had het benauwde, duistere gevoel dat niemand van hen zoals ze daar bij elkaar stonden een zuiver hart had, en dat ze, ook al was het buiten hun schuld, nooit een god zouden zien, want die was verdwenen achter de zwarte rook die hun verleden had opgeslokt. Ze waren zelf de weg naar hem kwijtgeraakt door een schuld waarvan ze soms aanvoelde dat die te groot was en waarvan ze nu de tragische gevolgen ondervond en de redenen ontdekte. (269)

In Praag komt de schuldvraag nog veel directer op haar pad. Als de huishoudelijke hulp Martha van de wetenschapper Josef Hutka zich heel vijandig uitlaat over de Duitsers. Ze vindt dat Josef de 12-jarige Johanna dit moet vertellen en meer dan dat.

Martha haalde vijandig haar schouders op. ‘Over Theresienstadt heeft hij je zeker nooit verteld? Je moest het hier in elk geval naar je zin hebben. En vast ook niet over Lidice? Daar is het nog erger, ze hebben het dorp platgebrand en alle inwoners doodgeschoten! Vrouwen, oude mensen, iedereen. […].’ (371)

Martha vindt dat ze Johanna moet aangeven. Het meisje zal dan meegevoerd worden en waarschijnlijk worden vermoord. Dat Johanna eenzelfde lot getroffen heeft in Dresden als de inwoners van Lidice, dringt niet tot de huishoudster door. Het is Johanna die symbool staat voor de daden van de Duitsers en daar mag ze voor boeten.

De naïeve wetenschapper Josef ziet het gevaar voor maar een klein gedeelte. Hij laat het beperkt blijven tot zijn huishoudster, maar het gevaar is veel groter. Als Johanna in het ziekenhuis waar haar moeder wordt verpleegd, vraagt naar de daden van haar landgenoten, krijgt ze het antwoord van de verpleegster Sint-O:

‘Jij bent niet schuldig aan die vreselijke dingen, lieve Johanna. Helemaal niet. […]. Maar laat niemand tegen mij zeggen dat de Duitse kinderen en jongeren verantwoordelijk zijn. Laat niemand dat tegen me zeggen,’herhaalde ze heftig. (383)

De wereld om hen heen is vervuld van intense haat en wraakgevoelens. Ze vinden alle Duitsers verraders en afvalligen. De jarenlange onderdrukking komt er in korte tijd helemaal uit. En onschuldige mensen zullen daarvoor moeten boeten.

De Franse schrijver Henri Coulonges weet dit heel treffend over te brengen in zijn roman Vertrokken. Het is bijzonder dat deze bestseller 36 jaar na verschijning in een Nederlandse vertaling uitkomt. De aanleiding om het boek 70 jaar na het bombardement op Dresden uit te brengen, is een wrange. Ook omdat de gemengde gevoelens over dit zinloze bombardement sterker zijn dan ooit.

Vertrokken

Deze week sta ik stil bij de roman Vertrokken van Henri Coulonges, dit voorjaar – 70 jaar na het bombardement op Dresden – uitgegeven door Uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Henri Coulognes: Vertrokken. Oorspronkelijke titel: L’adieu à la femme sauvage (1979). Vertaling: Geertui Maks en Lia Tuijtelaar. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2015. ISBN: 987 90 468 1863 3. Prijs: € 24,95. 448 pagina’s.