image

De roman Vertrokken van Henri Coulonges vertelt het verhaal van de 12-jarige Johanna. Ze is met haar vriendin Hella bij een circusoptreden iets buiten de stad. Het is 13 februari 1945 en carnaval. Ze mogen voor het eerst alleen naar de avondvoorstelling.

Ze schuilen in een kelder vlakbij de circustent. Een levensgevaarlijke beslissing zo blijkt snel. Op advies van de autoriteiten schuilen de burgers in de kelders onder de stad, maar het zijn eigenlijk levensgevaarlijke executieplaatsen. Het vuur dringt er niet gelijk door, maar pas veel later.

Johanna en haar vriendin willen snel weg. Ze vluchten in de richting van de stad. Onderweg wordt de stad getroffen door een tweede bombardement. Het behoort tot de tactiek van de geallieerden om ongeveer anderhalf uur na de eerste groep bommenwerpers, een tweede groep op de stad te werpen.

Henri Coulonges beschrijft de gruwelen op indringende wijze. Een bombardement is zo ongeveer een inferno, de hel op aarde, waarbij de hele wereld in brand staat. Je kunt niet weg. Ondanks dat probeert Johanna haar weg te vinden naar huis. Ze raakt haar vriendin kwijt en weet zelf ter nauwernood te overleven.

Ze dacht dat haar vriendinnetje wel tevoorschijn zou komen van achter een boom en dat ze haar hand daarna weer gewoon in haar hand zou voelen. Meteen daarna wist ze in eens niet meer waar ze was. Waarschijnlijk in een doodlopende steeg, want er was niemand meer om haar heen, maar het liet haar koud. De grond zakte weg onder haar voeten en ze moest zich snel vastgrijpen aan een lantaarnpaal. Voortdurend hoorde ze het geluid van de waterval van instortend glas en zag ze het helse licht weer voor zich. Hels. Ze liet zich op de grond zakken. Toen pas besefte ze dat ze Hella nooit meer zou zien. (54)

Thuis treft ze haar moeder. Haar zusje is overleden en moeder leeft in een shock. Er komt niets uit Leni. Ze kan alleen maar voor zich uitkijken en is niet in beweging te krijgen.

‘Zeg toch iets Mutti. Zeg toch iets, alsjeblieft. Vertel wat er is gebeurd.’
Even vertrok het fijne, ovale gezicht van Leni, en haar lange, benige lichaam leek zich nog meer te krommen, alsof haar schouders werden verpletterd onder het gewicht van een brok graniet. Toen, terwijl ze zich vasthield aan wat er nog aan leuning over was, boog ze zich over de keldertrap. Het was een gebaar dat ze die morgen vast vaak had gemaakt. (73)

Daarom gaat Johanna op het aanbod in van de man die ze eerder in de Grote Tuin aantrof. Ze verlaat samen met haar moeder Dresden, op de fiets. Ze fietsen naar het nabijgelegen Frauenstein. Daar woont de dirigent van het jongenskoor. Moeder kan niet tegen de verschrikkingen ze moeten weer weg.

In het derde deel gaan ze naar een bevriende wetenschapper van haar vader. Haar vader is de beroemde archeoloog Bruno Meissner. Hij is in de oorlog overleden. In Praag krijgen ze te maken met de enorme haat en wrok van de Tjechen tegen de Duitsers. Een haat en wrok die ik in de jaren ’90 nog altijd proefde in deze stad.

Coulonges weet in zijn verhaal het proces van meisje naar vrouw te beschrijven. Bij de scènes over het bombardement weet hij helemaal de sfeer van een 12-jarig meisje op te roepen. De gedachten worden steeds volwassener. Het is de overlevingsstand waarin Johanna terechtkomt. Ze vecht tegen iets waar ze later zelf slachtoffer van wordt.

Het proces van kind naar vrouw voltrekt zich in enkele weken tussen carnaval en Pasen. Hij benoemt vooral de schuldvraag op indringende wijze. Wie heeft schuld aan deze gruwelen en wie moet boeten voor de verschrikkelijke daden van hun leider: een heel volk van onschuldige mensen, waarvan het meisje Johanna een indringend portret geeft.

Vertrokken

Deze week sta ik stil bij de roman Vertrokken van Henri Coulonges, dit voorjaar – 70 jaar na het bombardement op Dresden – uitgegeven door Uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Henri Coulognes: Vertrokken. Oorspronkelijke titel: L’adieu à la femme sauvage (1979). Vertaling: Geertui Maks en Lia Tuijtelaar. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2015. ISBN: 987 90 468 1863 3. Prijs: € 24,95. 448 pagina’s.