image

We rijden eens de route naar de Lepelaarplassen andersom. Als we een uitzichtpunt bereiken, zien we al veel fietsen staan. ‘Je kunt de zeearend zien’, fluisteren ons 2 mensen toe die er genoeg van hebben gezien. ‘Hij zit op een paaltje’, verraadt een vrouw als we turen door de smalle kijkgaatjes.

Ja, daar zit hij. Op een paaltje langs de waterkant. Aan het uitbuiken volgens de andere vogelaars die minstens evenveel praten als ze kijken door hun kijker. ‘Hij zat net een gans op te peuzelen’, vertelt een kijker. Iets verderop liggen nog de restanten van de maaltijd. Op het houten paaltje zit de grote, donkerbruine vogel.

image

Hij kijkt om zich heen. Af en toe gaat zijn blik onze kant uit en heb ik het idee dat hij ons ziet. Dan draait zijn kop weer om naar de dijk of gewoon recht voor zich uit. De scholekster die vlak achter hem langsloopt, lijkt hij niet te zien. Net als dat de scholekster weinig geschrokken is van de enorme vogel die op het houten paaltje staat.

Dan vliegt hij op. Er klinkt een luid geroezemoes op in de uitzichtpost. De enorme vleugels spreiden zich over de brede sloot. Hij vliegt niet ver. Zijn vleugels halen niet de deur die een volwassen exemplaar zou halen, maar komen al een aardig eind in de richting. Iets verderop landt hij in het weiland en buikt rustig verder uit.

image

Als we weer op onze fietsen stappen, begint het te miezeren en op het volgende uitzichtpunt zien we de zeearend niet meer. We gaan snel verder naar de observatiehut bij de plas.

image