image

Ook in de observatiehut is het druk. Het lijkt wel of alle vogelaars zich hier hebben verzameld. Ze kijken allemaal aan dezelfde kant. De regen maakt uit uitzicht intenser, lijkt het. Zelfs als even plotseling als onverwacht een ijsvogeltje aan komt vliegen en op de tak aan de kant van de kijkers plaatsneemt.

Er klinkt gefluister. Wij hebben ons nog niet helemaal geïnstalleerd waardoor ik Doris niet goed kan instrueren. Dan is slechthorendheid heel vervelend. Als ik wijs en mijn hand uit de opening steek, vliegt het beestje dat kleiner dan een mus is, weg. Kwaad kijken de ruggen van de vogelaars in mijn richting.

image

Het duurt heel lang voor er weer iets gebeurt. Het gaat harder regenen. In de verte zie ik een groepje zilverreigers door het water waden. Onderwijl geeft een echtpaar vogelaars het op en verlaat de hut. Een zilverreiger vliegt onze richting op en gaat op een kleine 30 meter van ons voor de rietkraag in het water staan.

Ineens duikt hij met zijn snavel het water in en haalt een klein visje omhoog. Het visje spartelt in zijn snavel, terwijl hij de kaken stevig gesloten houdt. Dan gaat de bek even snel open als weer dicht en maakt de witte reiger een slikbeweging. Het visje verdwijnt door de lange keel naar beneden. Als een neerzakkende adamsappel daalt het visje naar beneden.

image

De verrekijker is geduldig. Aan de andere kant zit een man heel stil te turen door zijn kijker. Twee jonge dames lopen giechelend de hut binnen. Ze kijken helemaal de verkeerde kant op tot ze in de gaten hebben dat de man vlak naast hen iets in het vizier heeft.

Dan komt de hut in beweging. Het ijsvogeltje zit voor het riet. Ik kijk door het lcd-schermpje van een mevrouw die het dier probeert te filmen. Dan zie ik hem op het magere takje voor de rietkraag.

Een vriendelijke meneer haalt een grote kijker met statief uit zijn tas en laat de jongedames kijken. Ze lachen niet meer en kijken aandachtig naar de rietkraag. Daar zit hij nog altijd op het takje. ‘Aan die knop kun je hem scherpstellen’, vertelt de man tegen de dame die verwonderend naar het moois tuurt door de lens.

image

We kijken allemaal vol concentratie naar het kleine vogeltje. Het tuurt omlaag naar het water onder hem. Hij kan elk moment zich in het water laten storten, weet ik uit natuurfilms. Zou dat moment zich hier ook aandienen of wachten we vergeefs?

Het diertje heeft nog niet helemaal een blauw kopje. Het lijkt een beetje bruinig. Dit kan niet een heel oud exemplaar zijn, bedenk ik mij. Het dier lijkt ook nog niet helemaal volgroeid.

image

Dan schiet het beestje los van zijn tak en snijdt als een speer door het wateroppervlak. Even snel als het verdwijnt is het weer uit het water. Het kleine beestje scheert over het water, lijkt even om te draaien maar verdwijnt dan achter de wilgenbomen langs het water. De blauwe rug steekt duidelijk af.

Dat moment kan niet meer overtroffen worden, besef ik. Doris heeft het allemaal door de verrekijker gezien, ik met het blote oog. Genoeg voor vandaag, we gaan weer. Blij en tevreden fietsen we de motregen in voor het ritje naar huis. Een zeearend en als toetje het ijsvogeltje. Dan vergeet je dat je maar 1 lepelaar hebt gezien.

image