image

Het vakantieboek voor deze zomer zou Ferdinand Huyck worden van Jacob van Lennep. De Amsterdamse schrijver en politicus schreef deze historische roman in 1840. Het verhaal speelt zich 100 jaar eerder af. Het boek trok mijn aandacht omdat het zich in het Gooi afspeelt.

In de 18e eeuw was het gebied tussen Amersfoort en Naarden beducht vanwege de bendes die zich in de bossen en op de heides schuilhielden. Als je er niets te zoeken had, ging je er ook niet heen. Jacob van Lennep speelt met dit gegeven op een rake wijze in zijn historische roman.

Nederland staat in deze periode op de overgang naar de moderne tijd. De ijzeren eeuw moet nog beginnen. Een jaar voordat de roman uitkomt, is de eerste ijzeren spoorweg van Nederland geopend. De industrialisatie staat nog in de kinderschoenen. Een groot deel van Nederland is nog in de staat waarin het de eeuwen daarvoor al was. Het zo vernuftige systeem van de trekschuit in vooral het Hollandse gewest was aan zijn eindje. Meer dan 200 jaar was de trekschuit hèt vervoermiddel geweest om tussen de Hollandse steden te reizen.

Of Van Lennep daarom de periode van een eeuw eerder koos, is onduidelijk. Het is namelijk niet de meest charmante periode die hij kiest voor zijn historische roman. In de 18e eeuw is Nederland behoorlijk ingeslapen en weinig spannend. De keuze van Jacob van Lennep om zijn roman juist in deze tijd te situeren is dan ook zeer opmerkelijk.

Misschien dat hij zijn wandeling in de zomer van 1823 met zijn medestudent Dirk van Hoogendorp daaraan heeft bijgedragen. De scène aan het begin van de roman Ferdinand Huyck kan zo zijn weggelopen uit de dagboekaantekeningen die Jacob van Lennep 17 jaar eerder maakte.

Ook sluit de belevingswereld van Ferdinand Huyck die zich bijna moeiteloos tussen de hogere kringen van het 18e eeuwse Amsterdam begeeft, goed aan op de wereld waarin Jacob van Lennep verpoos. Ook vader Van Lennep, hoogleraar klassieke talen in Amsterdam, bezat een buiten, het buiten Manpad bij Heemstede. Daar verbleef de jonge Van Lennep regelmatig en zal hij ongetwijfeld hebben meegedaan aan het jagen en trekken door de vrije natuur. Jacob van Lennep is zijn hele leven een fervente wandelaar geweest.

Dat wandelen en trekken zie je terug in Ferdinand Huyck. Al wordt de historische roman gedreven door de fantastische opening. De jongeling Ferdinand Huyck is op de terugweg van zijn grand tour door Italië. Als hij in Amersfoort aankomt, is het geld op en moet hij op 1 of andere manier in Amsterdam zien te komen. De zoon van de Amsterdamse hoofdschout besluit om dit lopend te gaan doen. In Naarden wil hij de trekschuit naar de hoofdstad nemen.

Jacob van Lennep: De lotgevallen van Ferdinand Huyck. Leiden: Sijthoff [1882],[eerste druk 1840]. 498 pagina’s.