image

In haar memoires beschrijft Hannelore Grünberg-Klein de herinneringen van een meisje dat haar pubertijd doorbrengt in gevangenschap. Ze weet ternauwernood de verschrikkingen van de nazi’s te overleven.

Het onbekende verhaal van de zwerftocht van het cruiseschip de St. Louis is misschien niet helemaal uit de herinneringen van Hannelore Grünberg-Klein, het is een onbekend verhaal van de Duitse Joden van wie het burgerschap is ontnomen.

Ze doolden lange tijd rond, maar kregen nergens asiel. Niet in Cuba of Amerika, zodat ze uiteindelijk in Nederland belandden. Een onbekende geschiedenis waar iedereen zich voor mag schamen.

Soms neigt de moeder van de schrijver Arnon Grunberg in een droge opsomming van haar verhaal. Ze is het mooiste in de koele beschrijvingen van de emoties. Zoals wanneer ze schrijft over haar vriendinnetje Reni Guttmann:

Ze had tyfus en was heel erg ziek. Ik bezocht haar en zij gaf mij haar enige bezitting, een zelfgemaakte zeepdoos (zeep hebben wij natuurlijk nooit gehad) met haar initialen erop, die zij in de vliegtuigfabriek in Freiberg zelf had gemaakt van het vliegtuigmateriaal. (138)

Het is het afscheid van een vriendin die ze nooit meer terugziet. Ook als de oorlog voorbij is nemen de verschrikkingen niet af. Ze schrijft met ergernis over de pijnlijke opmerking die een medejodin maakte. De vrouw meende dat Hannelore Grünberg-Klein niet naar Nederland terugmocht omdat ze geen Nederlander was.

Deze kreet van leedgenoten, die de diepste ellende met ons hadden meegemaakt, maakte diepe indruk op mij en zou ik nooit vergeten. Ik weet me dan ook nu nog precies de naam van deze schreeuwlelijken te herinneren: Sera Sajet, die ik jaren later als verkoopster in Maison de Bonneterie weer terugzag. Ze deed toen of ze mij nooit eerder had ontmoet. (143)

Grünbergs moeder weet heel treffend haar persoonlijke verhaal over de oorlog te vertellen. Daarmee maakt ze de oorlog tastbaar. De aangrijpende herinneringen maken het verhaal heel intens.

In zijn nawoord vraagt Arnon Grunberg zich af waarom hij het boek niet eerder las, toen ze nog leefde. Hij denkt dat hij bang was om medelijden met haar te krijgen. Om het daarna onmiddelijk af te doen met de grap dat zijn moeder vroeger weleens zei dat haar gezin en haar kinderen erger waren dan Auschwitz. Het kan niet, want wat is er erger dan Auschwitz? Juist die wens erger te zijn dan Auschwitz, om geen medelijden met haar te hebben, maakt het sterk.

Het is een bijzondere ervaring om haar herinneringen te mogen lezen. Het plaatst de schrijver Arnon Grunberg in een ander daglicht. Door zijn moeder komt zijn schrijfstijl nog sterker tot uitdrukking.

Hannelore Grünberg-Klein: Zolang er tranen zijn. Nawoord Arnon Grunberg. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2015. ISBN: 978 90 388 0053 0. 172 pagina’s. Prijs: € 18,50.

Lees mijn bijdrage voor Litnet over het 25-jarig schrijverschap van Arnon Grunberg