image

In het boek bij de tentoonstelling Cremer in de verf 1954 – 2014 staat dat Jan Cremer geen schrijver is die schildert. Of zoals Ralph Keuning dat in zijn inleiding verwoordt:

Het begon allemaal met schilderen, het schrijven kwam later. Of misschien is het beter om te stellen dat het begon met kijken. Schilderen en schrijven zijn voor Cremer twee verschillende manieren om datgene wat hij om zich heen ziet geboren vast te leggen en te verwerken. De ene keer met kwast en verf, de andere keer met pen en papier. (7)

Bij het lezen van Jan Cremers debuutroman Ik Jan Cremer werd ik ook wel nieuwsgierig naar de schilderijen van hem. De schelmenroman vertelt over het kunstenaarsmilieu en voert de lezer van bijbaantje naar bijbaantje. Het kunstenaarschap vormt de drijfveer achter de avonturen van de hoofdpersoon en ik-verteller.

image

Het boek bij de tentoonstelling die tot eind augustus in Museum De Fundatie in Zwolle te zien was, geeft een ander inkijkje in de kunstenaar Jan Cremer. De kunst reikt verder en wint aan overtuiging naarmate de tijd verstrijkt. De schilderijen met tulpenvelden uit midden jaren 1960 en verderop de zee die vanaf 2005 zijn werk verovert.

Het roept bij mij de gedachte op of niet hetzelfde geldt voor het literaire werk van Jan Cremer. Zijn schelmenroman Ik Jan Cremer viel mij een beetje tegen. Ik verwachtte er meer van. Maar het zien van de ontwikkeling van de kunstenaar, belooft veel voor de schrijver.

Een ander boek van Jan Cremer zal dat moeten bewijzen.

Jan Cremer: Cremer in de verf 1954 – 2014. Inleiding: Ralph Keuning, samenstelling: Babette Sijmons, Feya Wouda, Alma Netten, met bijdragen van Max Rooy en Simon Vinkenoog. Tekstredactie: Mariska Vonk. Zwolle: Waanders & De Kunst, [2015]. 211 pagina’s. ISBN: 978 94 6262 032 2.