image

Het lezen van Albert Camus’ De myte van Sisyfus roept weer een andere leesdrift in mij op: het lezen van een boek van Franz Kafka. Ik ben al heel geïnspireerd door het leesboek van Peter Mendelsund.

In dit boek, Wat we zien als we lezen refereert de schrijver regelmatig naar de boeken van Kafka, zoals bij de weergave van de kever die Nabokov tekende in zijn exemplaar van ‘Die Verwandlung’.

Eenzelfde bewondering voor Kafka vind ik terug in het boek van Albert Camus. De Duitse schrijver uit Praag staat op een prachtige manier symbool voor het absurde. Ook hier komt ‘Die Verwandlung’ aan de orde. De Franse filosoof schrijft hierover:

De Gedaanteverwisseling daarentegen is de afgrijselijke uitbeelding van een etiek der luciditeit. Maar het is ook het produkt van die onberekenbare verbazing, die de mens ervaart als hij een vermoeden krijgt van het dier dat hij zonder moeite worden kan. In deze fundamentele dubbelzinnigheid ligt Kafka’s geheim. (175)

Het aanhangsel over het werk van Kafka, achter mijn vertaling van De myte van Sisyfus daagt mij uit om het werk van Kafka weer ter hand te nemen. De bijzondere korte verhalen, maar ook de wereld van het absurde.

Het absurde van Franz Kafka is een andere absurditeit dan het absurde van Albert Camus. Een absurde wereld waarin de mens wordt bedreigd en tegengewerkt. Een wereld die verdacht veel lijkt op de onze en daarmee misschien zoveel bewondering wekt bij grote schrijvers als Camus en Nabokov.