wpid-20150801_172744.jpg

Doris bedwingt de Wageningse Berg

Fietsend over de Heuvelrug en door de Veluwe slingerden wij van heuvel naar heuvel. De rit omhoog voelde iedere keer weer als een beproeving. Onwillekeurig dacht ik onderweg aan Sisyfus die telkens die steen omhoog moet duwen en boven aan de berg de steen weer moet loslaten.

In het essay De myte van Sisyfus vraagt Albert Camus zich af wat de zin van het leven is in deze volstrekt nutteloze wereld. De studie van ‘het absurde’ voert langs verschillende literaire personages, zoals Don Juan. Deze persoon is een verleider en hij is zich daarvan bewust. Daarmee is hij absurd. Het doel is zijn eigen genot, verder niets.

Op het gebied van toneel hanteert Albert Camus een standpunt als dat van Aristoteles. Hij ziet vooral de heilzame werking van het toneel. De beproevingen in het toneelspel helpen de toeschouwers een goed afgewogen oordeel te geven als zij in zo’n situatie verzeild raken.

Dezelfde functie gebruikt Albert Camus in zijn essay. Hij behandelt de mythe van Sisyfus aan het einde van zijn verhandeling over het absurde. Het is het mooiste gedeelte van zijn verhaal. Hierin stelt hij de vraag: wanneer is Sisyfus gelukkig temidden van zijn ongelukkige en totaal zinloze straf?

De mythe zwijgt namelijk in alle talen over Sisyfus in de onderwereld, maar het is filosofisch gezien een heel interessante straf.

Ik vertelde het verhaal van Sisyfus en de steen aan Doris tijdens het fietsen. Daarna vroeg ik aan Doris wanneer de Griekse held nu gelukkig zou zijn. Als hij boven is en de steen loslaat, zei Doris. Hij weet dat hij nu even niet meer hoeft te sjouwen en rustig naar beneden kan lopen.

Of zoals Albert Camus het zegt:

Ik zie hoe deze man met zware, doch gelijkmatige stap naar de marteling afdaalt, waarvan hij het einde niet kent. Deze tijd, die als ‘t ware een op adem komen is en die even zeker terugkomt als zijn onheil, is de tijd van het bewustzijn. Op die ogenblikken, waarop hij de top verlaat en langzamerhand naar de holen der goden afzakt, staat hij boven zijn noodlot. Hij is sterker dan zijn rots. (168)

Zo mooi om onderweg tijdens het fietsen van dit soort vragen te stellen en even stil te staan bij de zin van het leven. Hoe een Griekse mythe kan helpen na te denken over dit moeilijke onderwerp en hoe Albert Camus aan de hand van Sisyfus het absurde vorm kan geven.

Albert Camus: De myte van Sisyfus, Een essay over het absurde. Oorspronkelijke titel: Le Mythe de Sisyphe, Parijs 1942. Vertaling C.N. Lijsen. 5e druk. Amsterdam: De Bezige Bij, 1972 [1962]. 192 pagina’s.