image

Ik zet mijn voeten buiten de deur en hoor de indringende piep van iets. Daaronder het monotone gebrom van een stationair draaiende motor. Het gepiep klinkt overal doorheen. En dat om 7 uur in de ochtend. Een groot deel van de mensen ligt nog lekker op 1 oor.

Als ik de gracht op loop, zie ik de dader. Een grote vrachtwagen met een watertank erop. Het ding staat water te zuigen uit de gracht. De riolen worden in onze wijk momenteel schoongespoten. Daarvoor gebruiken de tankwagens het water uit de gracht.

Ik passeer de vrachtwagen. Het keiharde elektronische gepiep geeft je bijna een gehoorbeschadiging. Nutteloos gepiep ook. De chauffeur van de vrachtwagen heeft zich veilig verschanst in de cabine.

De hele rit door het park klinkt het keiharde gepiep. Het is zo’n piep die je achtervolgt. Zelfs al zou het stoppen, dan klinkt het in je hoofd nog een halve dag na.

Het stopt even, maar wordt vrijwel meteen weer hervat. Als het 5 minuten later eindelijk stil is, besef ik dat bijna mijn hele rondje met de honden vanmorgen beheerst wordt door dit onnodige lawaai.

Waarom moet dit klinken? Niemand is er bij gebaat, eigenlijk hebben er alleen maar mensen last van. Geluid als vervuiling. Onnodig geluid.

Er staat weer een nieuwe vrachtwagen. De chauffeur haalt de slang uit zijn wagen en laat hem in het water zakken. Daar begint het weer: het piepen. Ik film het om het geluid eens aan de wereld te laten horen.

Maar dan loopt de chauffeur naar de achterkant, naar een paneeltje en drukt op een lichtgevende knop. Het gepiep houdt op. En daar is de verklaring van het gepiep zojuist: de chauffeur in de vorige tankwagen, was lekker in zijn cabine gaan zitten en liet het ding maar piepen.

En ik zie het voor me, collega’s die hem eindeloos zeggen dat hij die knop moet indrukken. Dat mensen daar last van hebben om 7 uur ‘s ochtends en dat het gepiep helemaal nergens voor nodig is. Alleen maar als je de slang in het water doet, maar daarna mag, nee moet, hij uit.

De man knikt en je weet dat het morgenochtend weer gebeurt.