image

Zo steek ik de Hoge vaart over, weer het bos in. Dit keer het Kathedraalbos. Ik geniet van de snelheid van mijn fiets. Wat rijdt hij soepel en licht. Het lijkt wel of er helemaal geen weerstand meer is. Elke trap brengt me meters vooruit. Ik neem de bochten strak en voel hoe warm het is voor de tijd van het jaar.

image

Daar is de Groene kathedraal. Zelfs in de winter ziet het er imposant uit. Ik zie dat aan de westkant een boom gesneuveld is. De zomerstorm of een latere storm in het najaar heeft deze Italiaanse populier geveld. Ik zie dat het 1 van de bomen is in een rijtje van 4. De symmetrie aan de andere kant verraadt dit.

image

Ik wandel door de kathedraal. De kale bomen waarvan de stam begroeid is met alg en mos. Ondanks het ontbreken van bladeren, geeft het deze bomen toch iets kleurrijks mee. De hemel toont zich in allermooiste vorm. De lage zon die op het wolkendek schijnt geeft alles paarse, gele en roze kleuren.

image

De lege akker geeft alles een winterse aanblik. Geen groen op het veld, alleen de donkere, omgewoelde aarde. De bandensporen van de landbouwwerktuigen hebben brede blubbergeulen langs het fietspad gelegd. Op het fietspad zelf ligt veel modder.
image

Als ik weer op mijn fiets wil stappen, trap ik een dikke laag drek. Mijn schoen zuigt zich vast in de mix van aarde en water. Ik weet hem er net op tijd uit te trekken, maar laat een spoor van modder achter op het fietspad.

image