image

In Gerrit Komrij’s roman Over de bergen viel mij bij de beschrijving van het dorp Sampaio meteen een scène op. Het gaat over de gebochelde jongen die door het dorp loopt. Zijn moeder zit hem achterna met een olijftak.

De verteller beschrijft het volgende tafereel als de hoofdpersoon Pedro op de eerste ochtend uit het raam kijkt:

Telkens als de jongen, die een vilten gleufhoed en een vest droeg, een paar meter was opgeschoten, hield hij halt, als een onwillige ezel, en keek hij om. De vrouw diende hem opnieuw een klap met de olijftak toe. Kraaiend vervolgde hij zijn weg. Het dorp begon nu echt te ontwaken. (21)

Een tafereel dat kenmerkend lijkt te zijn voor een klein Portugees of Spaans dorpje. In de boeken die ik voor #eenperfectdagvoorliteratuur las, staan deze verhalen eveneens. Bijna letterlijk geven de vertellers een inkijkje in het dorp waar de dorpsgek wordt achtervolgd door zijn moeder.

De dorpsgek Luis wordt in de roman En nooit was iets gelogen van Ellen Heijmerikx ook achterna gezeten door zijn moeder. In Jouw gezicht zal het laatste zijn van João Ricardo Pedro wordt eenzelfde sfeer opgeroepen. Een klein afgelegen dorpje waar elk personage zijn eigenaardigheden heeft. Met respect beschreven, misschien als een cliché, maar zo herkenbaar.

Gerrit Komrij: Over de bergen. 9e druk (als Singel Pocket). Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers, 1997 [1990]. 249 pagina’s. ISBN: 90 413 3037 2.