image

Het derde Canto van Dantes Divinia Commedia opent met het opschrift dat boven de poort staat die het lyrisch ik en de dichter Vergilius ingaan. Het Italiaans weet het indringend te verwoorden:

Per me si va nella città dolente;
Per me si va nell’ eterno dolore;
Per me si va tra la perduta gente. (Canto III, vs 1-3)

Ze stappen in de hel, met een verschrikkelijk bovenschrift. Je hoeft geen Italiaans te kennen om hier de poëtische kracht te lezen. De kracht van de herhaling, maar ook het spel met de taal:

Door mij gaat ge in de droeve stad der smarten.
Door mij gaat ge in het lijden zonder einde.
Door mij gaat ge in de wereld der verdoemden. (Canto III, vs 1-3, Kops)

Dat het er verschrikkelijk moet zijn, is Dante zich heel goed bewust. Zijn begeleider adviseert hem om dat gevoel naast zich neer te leggen. Of zoals Vergilius het zegt:

‘Hier moet men elke angst van zich afzetten, en elke lafheid dient hier dood te zijn.’ (Canto 3, 14/15, Van Dooren)

Ze zijn aangekomen in de voorhel, de plek waar de slappelingen zich bevinden. De slappelingen die zelfs te slap zijn om een plek in de ‘echte’ hel te verdienen. Daarom mogen ze hier hun straf uitzingen. Ze moeten achter een anoniem vaandel aanlopen. Het is een straf die ze daarmee nog slapper maakt dan ze al zijn.

Ze lopen verder naar de doodsrivier Acheron. Hier steekt het mythische figuur Charon de zielen over naar het dodenrijk. Als Charon de enige levende ziel Dante ziet staan, stuurt hij hem weg.

Gelukkig steekt Vergilius daar een stokje voor en haalt de veerman van de dood over om hen allebei mee te nemen. Charon gaat overstag. De doden komen in beweging met Dante en Vergilius:

Gelijk, als ‘t najaar door de takken vaart,
Vast één voor één de dorre blâren vallen,
Tot heel hun dos te hoop ligt tegen de aard’:

Zóó Adams schuldig kroost. Zij springen allen
en één voor één, in ‘t wachtend vaartuig neer,
Als vooglen waar zij ‘t fluitje hooren schallen.
(Canto 3, vs. 112-117, Ten Kate)

Ze varen over het schimmenmeer naar de andere werkelijkheid, de eerste kring van de hel.

Gedichten rond Canto 3

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertalingen zijn van F. van Dooren (Amsterdam, 1987), Kops (3 delen, Utrecht 1929-1930) en van Ten Kate. Ten Kate vertaalde alleen het eerste deel van de Goddelijke komedie in 1876, uitgegeven in Leiden.
Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.