image

De gierigaards en verspillers zijn op prachtige manier bij elkaar gebracht in de vierde hellekring. De tegengestelde zondaars kwellen elkaar aldoor. Ze botsen als de golven van de zee in de Straat van Messina. Hier komen 2 golfstromen elkaar tegen.

Voor Dante Vergilius dit zien, moeten ze eerst de vijand Pluto passeren. Hij gromt ze iets onverstaanbaars toe, maar het klinkt dreigend genoeg. Als een held weet Vergilius het monster met zijn woorden te breken. Het monster valt ineen en ze kunnen hem passeren.

Bij de botsing roepen de gierigaards en verspillers elkaar allerlei verwensingen toe:

Zij botsten tegen elkaar en juist bij dat punt
draaien ze elk weer om, terugwentelend,
roepend: “Wat houd jij vast! Wat smijt jij weg?”
Zoo kolkten zij door den duisteren kring in ‘t rond
van links naar rechts naar ‘t tegenoverliggend punt
hun schimpdeun elkander gedurig toekrijtend; (vs 28-33, Van Delft)

Een treffend beeld om 2 tegengestelde zonden met elkaar te confronteren. Ze komen een paar hebzuchtige pausen en kardinalen tegen. Vergilius merkt op dat deze rusteloze zielen nooit tot rust zullen komen. Al het goud op deze wereld zou niet genoeg zijn om ze tot bedaren te brengen. Hij verwoordt de hebzucht heel treffend.

Het gesprek dat volgt is filosofisch van aard. Dante vraagt zich af wat de macht van wereldse goederen is op de mens. Waarom worden deze zielen zo getroffen door goederen dat de een het bij zich wil houden en de ander het wil verspillen. Het antwoord legt Vergilius bij de beperkte menselijke geest. Hij stelt zich Fortuin voor als een vrouw, met een macht waar de menselijke geest geen vat op heeft.

Het tweetal trekt verder, langs de driftige zielen. In hun blinde drift strijden de zielen tegen elkaar in een poel midden in het moeras van de Styx. Dante en Vergilius slaan het gade en komen als ze om de poel heen zijn gelopen aan bij de voet van een toren.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 7

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Van Delft uit 1920.
Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.